Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verstoringen die haar loop telkens verbreken, een geestelijken wortel en dus beteekenis voor het Godsrijk. Wel is de geschiedenis der van God vervreemde volkeren geen eindeloos zichzelf repeteeren, maar het doorloopen van een proces, dat leiden moet tot een door God gewilde uitkomst. Wel is het geweten der menschheid geen onveranderlijk in erts gedreven letterschrift, maar een steeds zich ontwikkelend, in vaste orde, uitspreken van de onder het hart weggezonken Goddelijke wet. Maar reeds tot dit inzicht is hooger licht dan dat deinatuurlijke openbaring van noode. Wie dus spreekt beschouwt de algemeene openbaring reeds niet meer op zichzelve; maar beschenen door dat hooger licht, dat alleen de openbaring van het eeuwig leven in «Gods «Woord» ontsteekt.

De bijzondere openbaring daarentegen is uit haar aard aan een geschiedkundig verloop gebonden. Is de heerlijkheid Gods in de schepping, is zijn beeld in zijn schepsel verduisterd, dan is kennisse van God voor zijn schepsel alleen mogelijk, zoo de Eeuwig Ongeziene hem weder openbaar wordt. Dat openbaar worden nu brengt het denkbeeld van geschiedenis dier openbaring van zelf met zich^>

Mocht men vreezen, dat het goddelijk stempel dier openbaring te loor zal gaan, zoo men aan een voortgang van minder tot meerder licht hierbij plaats geeft, we zouden dan liefst op de woorden van onzen grooten C a 1vijn wijzen, die, ter weerlegging van dit ongerijmde vermoeden, met zooveel juistheid in zijn «Institutie» schreef: «Daaruit dat God zich in den loop der eeuwen gedurig «op andere wijzen geopenbaard heeft, naar den eisch, .«dien elk dier eeuwen met zich bracht, volgt in het

Sluiten