Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«minst niet, dat God zelf daarom aan veranderlijkheid «onderheven zou zijn. Immers, een landman die zijn dag«gelders des winters anderen arbeid aanwijst dan in den «zomer, zal daarom door niemand van gril of luim ver«dacht worden, en schendt daardoor van verre zelfs de «onverbrekelijke wet van den landbouw niet, die «onveranderlijk in de vaste ordening der natuur is gegrond. «En evenzoo. wijl een vader zijne zonen op geheel an«dere wijze in het kindervertrek toespreekt, opvoedt en «behandelt, dan wanneer ze tot knapen zijn opgegroeid, «en geheel anders weer als ze den jongelingsleeftijd «zijn ingetreden, zal niemand beweren, dat hem. vast«heid van karakter ontbreekt of wispelturigheid zijn «opvoeding ontsiert. Welnu, wie zal dan van veran«derlijkheid in God willen spreken, omdat Hij zich in «de opvolgende eeuwen steeds op andere wijze, telkens «naar de behoefte dier eeuwen, heeft geopenbaard?»

Toch zou men den aard dezer openbaring miskennen, zoo men haar geschiedenis opvatte als additieve openbaring van steeds nieuwe waarheden, die in den loop der ! eeuwen aan de reeds bekende werden toegevoegd. Haar verloop is-veeleer geschiedenis in heiligen zin: geschiedenis naar de diep geestelijke beteekenis, die dit woord bezit. Wat straks als plante opschiet of uit de knoppen zich ontplooit, was reeds van meet af in de zaadkiem aanwezig. Er wordt geen nieuw bestanddeel in de geledingen van het organisme ingevoegd, maar slechts uit den verborgen levensgrond naar het licht getrokken, wat reeds van den aanvang af in de kern' van het organisme verscholen lag. Het is steeds hetzelfde licht dat het menschelijk oog tot zich trekt, slechts worden de stralen verder uitgespreid, en schittert zijn glans, hoe

Sluiten