Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarom was de klacht zoo ongegrond, die een vijftal jaren terug in ons midden vernomen werd «dat het der gemeente zoo bange wierd, wijl ze reeds achttien eeuwen naar den hemel uitzag en al die eeuwen lang geen teeken van dien hemel had ontvangen.» Daarom is Rome's streven, bij alle betuiging van eerbied voor de Schrift, niets dan bestrijding van Gods Woord, zoo dikwijls het door nieuwe elementen den inhoud der Openbaring, zoo het meent, verrijkt. Daarom eindelijk is het steeds een ellendig cirkelbewijs, als de moderne naturalisten het gezag der Openbaring met de argelooze vraag bestrijden, «waarom er dan thans, waarom er dan in onze dagen, zulk een openbaring niet meer is?»

Intusschen die Openbaring moet bestendigd worden zal ze vrucht dragen. Wat de mensch werkelijk bezitten zal, moet tot zijn bewustheid doordringen. Hij heeft dus niet «genoeg aan de zedelijke nawerking der geopenbaarde krachten in de gemeente. Hij behoeft ook een scherpteekenende toetssteen, waaraan hij het gehalte dier krachten met onfeilbare gewisheid kan keuren. Het water dat men tot hem brengt, als uit de echte bron afkomstig, moet hij zelf, voor zijn eigen bewustzijn, met het onvervalschte bronwater vergelijken kunnen.

Bovendien. Wat in de strooming van het gemeenteleven tot hem komt, is niet de volheid dier openbaring. Er is in die openbaring een persoonlijke waarheid voor hem, die niet anderen hem brengen, maar alleen hij zelf daaruit nemen kan. Hij moet zelf dus in staat zijn met de volheid dier openbaring in onmiddelijke aanraking te komen.

Daarom is er niet slechts een openbaring in het

Sluiten