Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woord altoos tevens de toepassing van het verband insloot? Zoo zou ik dan, om één voorbeeld uit duizend te nemen, nooit meer tot een weifelenden broeder mogen zeggen; „Vriend, gelijk Elia tot zijn Israël zei, zoo zeg ik tot u: //Hoe lang hinkt gij nog op twee gedachten?" — of die broeder zou, met verwijzing naar het verband van 1 Kon. 18 : 21, mij aanstonds mogen toevoegen: //Dus maakt gij mij uit voor een halven Baaidienaar, want alleen in dien zin is het door Elia gezegd."

Houd mij daarom ten goede, dat ik volstandig weiger op hetgeen Ge aan het enger verband van 1 Joh. 2: 19 ontleent, ook maar met één woord te antwoorden. Zoo voor als na blijf ik voor mijzelven het recht handhaven, dat ook door U telkens voor Uzelven wordt opgeëischt, om namelijk een diepe waarheid, in de Schrift ons in een bepaald verband voorgelegd, uit dat verband los te maken, aan te wenden in haar algemeenere strekking, en als zoodanig op de ons omringende verhoudingen over te dragen.

Die diepe waarheid was hier: dat elementen, die, bij de ontwikkeling van eenig proces, er zich van ajscheiden, er dan oorspronkelijk ook slechts schijnbaar toe hebben behoord. Deze waarheid paste Johannes toe op wie afdeinsden in zijn dagen, en is door mij toegepast op de dissentieerende broederen, die een tijdlang met de door Groen gewekte volksbeweging meegingen, maar er zich later uit terugtrokken.

/oo dikwijls het pas mocht geven, zult Gij mij daarom veroorloven deze Schriftuurlijke waarheid steeds te berde te brengen, zoo dikwijls de assimileerende, maar ook losweekende en uitscheidende kracht van het organische leven voelbaar moet gemaakt. Door niemand, ook door U niet, kan ik mij de onbeperkte vrijheid tot dit rechtmatig gebruik der Schriftuur laten ontrooven. En mocht iemand ook later goedvinden, daaruit conclusiën af te leiden, gelijk Gij ditmaal deedt, zoo zij nu reeds bij voorbaat mijn zeer ernstig protest ingediend tegen deze m. i. ongeoorloofde wijze van argumenteeren.

En toch, hoe streng ik dit ook vasthoud, in één opzicht, Hooggeachte Heer en Broeder, geef ik U volmondig gelijk. Er is metterdaad ééne uitdrukking in mijn vluchtig geschreven opstel, dat kwaad vermoeden tegen mij kondoen rijzen, en, op zichzelf genomen, U recht tot uw klacht bood. Het is mijn ongelukkig gebruik van de beeldspraak over het „bloeien op eenzelfden woitel".

Sluiten