Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En dit nu was, gelijk duidelijk blijkt, de karakterschets, die wij van de Halven gaven, volstrekt niet.

Eer integendeel wierden zij geteekend: 1°. als dezulken, die op het terrein der ziele en der predicatie met ons den Naam des Heeren terdege wilden; maar op staatkundig en wetenschappelijk terrein zich van ons afscheidden; 2°. als mannen, die den Naam des Heeren beleden, zonder er smaad om te dragen; en 3°. eindelijk als broeders, die zich vreemd hielden aan wat historiseh ook hier te lande het «Volk des Heeren" heet.

Naar mij nog voorkomt een niet zoo onjuiste schets ook van uw eigene positie.

Scheiding van het leven der wereld predikt ook Gij voor de ziel en eischt Ge in de predicatie, maar op politiek terrein verwerpt Ge haar; en uw colleges geeft Ge aan een hoogeschool, waar de heer Dr. Knappert, uw ambtgenoot, vlak naast U, den Immanuël en de Verzoening door het bloed des Kruises, beslist loochent.

wSmaad" doelt niet op onaangenaam verwijt van de zijde der broederen, maar op spot en hoon, ons door de wereld aangedaan. En nu, toon mij één blad, één orgaan, Hooggeachte Heer en Broeder, waarin over u ooit één enkele fiool is uitgegoten van den laatdunkenden en krenkenden hoon, die, week aan week, ja soms dag aan dag, mij en mijn geestverwanten door de publieke pers wordt aangedaan. Waarschijnlijk leest gij ook het Handelsblad. Wat dunkt U, dronkt Gij in tien jaren tijds den smaad uit, mij daarin in één enkele weke toegeworpen?

„Smaad", nog eens, is altoos hoon en krenking, ons door de organen der wereld aangedaan, en mag ik U dan verzekeren, dat ik, die, vanwege mijn beroep, bijna alle couranten te gelijker tijd onder de oogen krijg, over U deze laatste twaalf jaren nog nimmer anders gesproken zag, dan met achting, hoogachting en vereering.

Dit feit is niet weg te cijferen.

Sommige belijders des Heeren zullen U verdriet hebben aangedaan ; broeders zullen U miskend ; vrienden gegriefd hebben; maar smaad, de smadinge van de zijde der wereld droegt Ge niet,

Ik zeg niet, dat uw moderne collega's niet soms de schouders ophalen over uw theosophische beschouwingen; en ik weet ook wel, dat achter hun vereering soms een meelijdende glimlach speelt; maar openlijke smaadheid, in den eenigen zin, waarin dat woord gebezigd

Sluiten