Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mag worden, daarmee bewierp de wereld U, althans de laatste twaalf jaren, zeker niet.

Ge zult dit zelf moeten toestemmen. Even gesmaad als in het ooider beschaafde wereld Kuyper is, even geacht, soms zelfs gevierd, is in deze kringen Gunning!

En wat nu ten slotte het nVolk des Heereri1'1 aangaat, zoo kan het mij niet anders dan licht vallen, ook op dit punt de strekking mijner woorden boven alle bedenking te verheffen.

Immers even als het met ons woord nKerV staat, zoo ook staat het met die uitdrukking nVolk des Heeren."

Yan Kerk kan ik vooreerst in geestelijk-dogmatischen zin spreken, en bedoel er dan mede: het Lichaam onzes Heeren, zijn uitverkoren Bruid, de Vergadering der volmaakt rechtvaardigen; en dat wel in zulk een zin, dat er buiten deze Kerk geen zaligheid is, en derhalve tot haar elk kind van God behoort en een ieder, die er niet toe behoort, geen kind van God kan zijn.

Precies evenzoo nu kan ik ook van het „ Volk des Heeren" spreken, als van zijn «eigen Volk", een ^verkregen Volk", een //Volk, dat gewillig is op zijn heirdag." En gebruik ik zoo ook „Volk des Heeren" in dezen geestelijk-dogmatischen zin, dan natuurlijk staat het ook hier evenzoo als bij het woord Kerk, en hoort tot dit //Volk" elk kind des Heeren, en is, wie niet tot dit Volk hoort, dan ook van deze kinderen niet.

Maar nu kan ik ook anders te werk gaan, en gelijk Gijzelf en een ieder gedurig doet, het woord Kerk ook nemen in historischen zin, d. w. z. in haar zichtbare verschijning, haar openbaring als kerkelijke gemeenschap. Doch dan gaat, gelijk vanzelf spreekt, het straks gestelde volstrekt niet meer door. Het extra ecclesiam nulla salust „geen heil buiten de kerk" belijdt Gij, belijd ik, van de zichtbare Kerk niet. De Kerk, in dien zin genomen, omvat niet al Gods kinderen, en uit die zichtbare Kerk gebannen te worden, wil nog volstrekt niet zeggen, dat ge daarom geen kind van God zijt.

En zie, in dezen laatsten zin namen we nu ook de uitdrukkin0,

e>

van het „Volk des Heeren ', en voegden er bij //naar den rijken en heerlijken zin, die in deze uitdrukking voor eiken kenner schuilt." Dus niet in geestelijk-dogmatischen zin, want er wierd aanstonds aan toegevoegd, dat publiek swaarf-dragen dit //Volk" kenteekent. En even-

Sluiten