Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ziehier wat Groen den dilettant eveu vlijmend, als beschamend vriendelijk, terugschreef:

» Vergun mij dan insgelijks, voortreffelijke vriend! die ook in uwe Kroniek, aan kerk en vaderland zoo nuttig kunt zijn (mits gij het gevaar eener oppervlakkige beschouwing en het non ornnia possumus omnes eenigszins meer in het oog houdt), vergun mij, in dit oogenblik, ook mijnerzijds sterk en scherp te laten uitkomen, dat gij, noch inet het karakter van hem, tegen wien gij uwe waarschuwing laat uitgaan, noch met de dubbele beteekenis der uitdrukking, die ge tegen hem slingert, bekend zijt.

Zijt gij dan alleen in Nederland vreemd en weet niet dat, sedert ik, in 1829, met Volksgeest en Burgerzin een veertigjarige zelden afgebroken toespraak aan het volk in Nederland aanving, mijn politieke loopbaan een doorloopend bewijs van weerzin tegen een valschelijk dusgenaamde politiek gaf?

Meent gij, om mij slechts bij ééne apologetische herinnering te beperken, meent gij inderdaad, dat de kreet aan de kiezers: Een Staatsman niet! een Evangeliebelijder, de kunstgreep eener machiavellistische politiek was, en niet, in 1864 evenzeer als thans, het uit de ziel ontscheurde woord, een uiting van het fel bewogen hart?

Zijt gij u van den aard der politiek, waartegen gij met zooveel beslistheid partij kiest, tengevolge der genoegzaamheid van nadenken en studie, bewust?

En is het daarom, dat gij, bij het naderend einde mijner loopbaan, den volke verkondigen durft, dat het zich wachten moet medegesleept te worden door mijne lokstem ep het gebied der politiek. Thans nu ik, meer dan ooit, tegen de politiek der lagere sferen opkom?" 1)

Ons dunkt, deze critiek zou ieder ander dan Bronsveld door haar snijdende scherpte, en toch zoo sympathetischen achtergrond, tot een ootmoedig peccavi hebben gebracht.

Merk toch wel op, wat Groen hem toevoegde:

1°. Gij, Dr. Bronsveld, zijt mij wel eenigszins, wat men beleefdelijk noemt, ietwat oppervlakkig.

2°. Gij, Dr. Bronsveld, vergeet te veel, dal ge niet van alles verstand hebt.

3°. Gij, Dr. Bronsveld, kent mij niet, en miskent dies mijn karakter.

4°. Gij, Dr. Bronsveld, verstaat niet eens den dubbelen zin van het woord, dat ge bezigt.

5°. Gij, Dr. Bronsveld, brandmerkt als machiavellistische kunstgreep, wat mij aan de ziel ontscheurde conscientiekreet is.

6°. U, Dr. Bronsveld, hapert het aan nadenken en studie.

7°. Gij, Dr. Bronsveld, ontziet mijn jaren niet. En:

8°. Gij, Dr. Bronsveld, zet door overmoed het Christenvolk tegen mij op.

En dit alles zegt Groen niet bedektelijk, maar hij wil dit alles nu eens \>scherp en sterk laten uitkomen."

Bronsveld had ons volk tegen Groen gewaarschuwd.

Aldus waarschuwde Groen op zijn beurt ons Christenvolk tegen Bronsveld.

1) Ned. Ged. III, p. 5.

Sluiten