Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aftreding als Comité-lid vanzelf naar 1886, overmits de Statuten uitdrukkelijk bepalen, dat alleen een gewone vergadering Comité-leden kiest.

Maar hieruit volgde nog niet met zekerheid, dat ook het Voorzitters-mandaat hierdoor ex leije met een jaar verlengd wierd. En nu zou ik, onder gewone omstandigheden, het wel op mij hebben durven nemen, om desniettemin uwe Statuten in zulk een geest uit te leggen, ware er niet iets tusschen beide gekomen, dat mij het volgen van deze gedragslijn verbood.

Gij weet waarop ik doel.

Naar recht is ook het beleid van uw Voorzitter aan critiek onderworpen, en gij hebt welgedaan, en zeer stellig in het belang onzer partij gehandeld, rnet hem aan driedubbeleii band te leggen. Vooreerst aan een band, waarvan de twee uiteinden geklemd liggen in de hand van uw Assessoren; ten tweede aan den band van geheel uw Centraal-Comité; en ten derde aan den band van uw eigen besluiten, zoo dikwijls ge als Deputaten-corps opkomt.

Bovendien hadt ge den v roeden zin, om zijn verkiezing aan uzelven te houden, en, wel verre van een mandaat ad vitcim, hem hoogstens een mandaat voor enkele jaren te verleenen.

De vrijheid der critiek was dus tamelijk wel beveiligd, en tegen machtsoverschrijding was op niet te gebrekkige wijze gewaakt.

Evenwel, zelfs dit kon een deel onzer geestverwanten nog niet tevreden stellen. Zelfs voedde men ontevredenheid. De critiek ging allengs in min vriendelijke berisping, de berisping in openbare tegenwerking, en de tegenwerking ten slotte in de verklaring over, dat uw Voorzitter aan den welstand van uw partij in den weg stond.

Dit lei aan uw Voorzitter een plicht op.

Wetende dat de betrekking, die ik de eer heb hier te bekleeden, uitsluitend op vertrouwen berust, zon ik beneden mijne roeping zijn gebleven, indien ik mij dit had laten aanleunen. Zoo kon men doen, waar het «óte toi de la!" van mannen kwam, die men minachtte, maar niet, waar dit openbaar verzet georganiseerd wierd door mannen, die ik, in weerwil van hun persoonlijke onvriendelijkheid, blijf hoogachten en ter wille van hun belijdenis van den Christus waardeer.

Onder de gegeven omstandigheden mocht ik mij dus niet iets toeëigenen, wat niet rechtstreeks door de duidelijke bewoordingen der Statuten mij wierd toegekend, en moest dus wel niet mijn portefeuille, maar dan toch mijn hamer hier op deze tafel nederleggen, u ter beschikking.

Dat ik dit, na de vriendelijke stemmen, die uit vele uwer kiesvereenigingen opgingen, thans niet doe als met vreeze des doods bevangen, verheel ik u niet. Maar bedenkt wel, die stemmen waren toen nog niet opgegaan. Wat er tegen mij broeien kon, was voor mij een nog dieper geheim dan voor u. Wel terdege beweerde men van de overzij, de meerderheid op zijn hand te hebben. En niets gaf mij op zich zelf recht, om de mogelijkheid ondenkbaar te achten, dat metterdaad mijn dusver gevoerd beleid door uwe vergadering zou worden veroordeeld.

Want dit spreekt toch wel vanzelf, M. H., de ballotage, waaraan ik mij zoo straks onderwerpen ga, mag niet beslist worden door een succes d'estime.

We komen hier saam, niet om elkander beleefdheden te zeggen, of persoonlijke voorkomendheden aan te bieden, maar om als dege en vroede, God geve, ook als yron.e mannen, de belangen te bespreken van ons land.

Sluiten