Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Oordeelt dus uwe vergadering, dat de wijze, waarop ik sinds 1877 den gang van onze partij heb zoeken te leiden, afleidt van het doel, onze kracht verbrokkelt en de ontkerstening van onze natie niet tegenhoudt, dan moet er met het dusver gevoerde beleid gebroken worden, en dient er omgezien naar een man anderes geestes, die een ander beleid van zaken organiseeren kan.

En slechts dan kunt, en slechts dan moogt ge uw keuze van 1878 na de opgedane ervaring vernieuwen, als het metterdaad uw overtuiging is, dat (bijzonderheden en onderdeelen nu daargelaten) im grossen Ganzen de koers van ons scheepke moet worden gehouden, zooals die dusver gekozen is.

Vergunt mij daarom, met algeheele terzijdezetting van mijn persoonlijk geschil, voor wat dit punt aangaat, enkele historische herinneringen.

Hij, die de eere heeft thans nog uw Voorzitter te zijn, is niet vóór 1868 met de Christelijke kringen hier te lande in aanraking gekomen, en die eerste aanraking was niet met Groen, Mackay of Elout, maar met Beets, Van Toorenenbergen en De la Saussaye.

Aan deze omstandigheid dank ik het, dat ik zelf, persoonlijk, van meet af te weten kwam, hoe men in de thans dissentiëerende kringen over Groen en zijn partij dacht. Immers de thans overledene, zoo uitnemende en ook door mij zoo hooggeschatte De la Saussaye, heeft mij, toen hij nog te Rotterdam woonde, bij onze tweede ontmoeting meen ik, met zoovele woorden verklaard: »Gij bederft alles voor ons; want de partij van Groen was er zoogoed als onder; maar door uw schrijven ontvangt ze nu weêr levenskracht!"

Dit zeggen verbaasde mij meer dan ik u zeggen kan. Groen van Prinsterer had ik toen nog nimmer ontmoet, maar hij was van de lippen des volks mij toch telkens tegengekomen, als de man van ons Christenvolk bij uitnemendheid. En den invloed van dien man tegen te werken, beschouwde men in zekeren Christelijken kring als geoorloofd, ja, geboden doel, en mij wierd euvel geduid, dat ik den invloed van zulk een man, naar de mate mijner geringer krachten, steunde! Hoe was het mogelijk!

Ik begreep dit toen nog niet.

Maar eindelijk viel mij de vreugde te beurt van Groen zeiven te mogen ontmoeten, en allengs in zijn intiem verkeer te worden ingeleid. En toen ging er een licht voor mij op. Want bij elk gesprek, waardoor Groen van Prinsterer mij dieper blik in zijn hart en zijn bedoelen schonk, kwam er telkens iets meer bloot van de diepe wonde, die de tegenwerking zijner dissentieerende vrienden in zijn hart geslagen had.

Het was zijn levenskruis.

Hij beschouwde zelf dat bange kruis als de hoofdoorzaak van het mislukken van zijn streven. En aandoenlijk was het soms den zoo waarlijk uitnemend grooten en toch zoo nederigen man, onder volle waardeering, en toch niet zonder iets bitters, dat in de stem trilde, te hooren klagen over dit verdriet, hem aangedaan.

Een verdriet, dat te dieper griefde, toen ook het jongere geslacht onder de dissentiëerenden gelijken weg ging betreden, en het voormalig medelid van ons Comité, de heer Buytendijk, en de gevierde publicist uit de Kroniek weêr op zijn manier,

Sluiten