Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het kwam metterdaad tót saamwerking, en mijn verklaring, dat het slechts een reculer pour mieux sauter was geweest, begon geloof te vinden.

Door eigen verdwazing werkten de Liberalisten daartoe mede, toen Kappeyne zijn wet van '78 doordreef.

Zoo toch begon liet dreigen van die wet geen ernst te worden, of het sein tot een algemeen petitionnement wierd gegeven. Elout, de laatste der oude Aben Ceragiërs, die ons nog gebleven was, vond nog de jeugdige kracht in zich, om zich aan het hoofd der beweging te stellen. Op het Loo doorleefden we prachtige oogenblikken. Het petitionnement had een ontzettenden indruk gemaakt, en, in de gloeihitte, door die zeldzame uitbarsting van volksgeestdrift veroorzaakt, scheen het werkelijk een oogenblik, alsof de breuke tusschen Groen en De la Saussaye metterdaad overwonnen was. De Unie (nomen erat omen) trad in het leven, en onze schitterende Augustuscollecte begon haar zegenrijken loop.

En zoo moest dan wel tot actie worden overgegaan.

Na zulk een volksbeweging stil te zitten, ware zelf-abdicatie geweest.

Het ijzer moest nu gesmeed, en Onder de leus van „altoos meer scholen" en „een andere Kamer", traden we dan ook op.

Maar zie, toen is er iets gebeurd, dat opeens de oude tegenwerking weêr op eenmaal en fel als altijd, ja nóg feller deed uitbreken, t. w. de toepassing van ons schoollieginsel ook op Hooger Onderwijs.

De eisch van die toepassing was dezerzijds reeds sinds 1869 gesteld ; niet in afwijking van Groens bedoeling, maar juist in aansluiting met wat Groen steeds had beleden.

Gedurende de vijf jaren, dat ik de eere en het voorrecht had, op de intiemste wijze door Groen in zijn denkbeelden en bedoelingen te worden ingeleid, heb ik, met het oog op de toekomst, er mij altoos op toegelegd, om Groens oordeel juist over zulke punten te vragen, die men voorzien kon, dat aan de orde zouden komen.

Zoo is het program, waar we thans allen om geschaard zijn, in hoofdzaak slechts de uitwerking van een schets, die ik in '74, eer ik in de Ivamer ging, aan Groens oordeel onderwierp, en die hij mij onder betuiging van hartelijke instemming terugzond.

En zoo ook is de quaestie van het Vrije Hooger Onderwijs telkens en telkens weêr door mij met Groen van Prinsterer besproken, en uit die gesprekken constateer ik: 1°. Groens hooge ingenomendheid met de Geneefsche stichting, die in gelijken trant Hiivernick's en Merle d'Aubigné's krachten aan de ontwikkeling der wetenschap dienstbaar «telde; 2°. Groens diepe teleurstelling over de mislukking van het Amsterdamsche Seminarie; 3°. zijn instemming in hoofdzaken met wat de Standaard in 1870,1872 en 1874 in den breede over Hooger Onderwijs geponeerd had; en, last not least, 4°. zijn onbewimpelde verklaring, dat, ging de onderwijswet van 1876 met een moderne theologische faculteit door, het tot stichting van eene Vrije Universiteit zou moeten komen, indien het, wat de gelden aanging, slechts eenigszins mogelijk bleek.

Het «voorwaarts!" in de politiek kon noch mocht dus uitgeroepen, tenzij ook dat deel van Groens nalatenschap wierd uitgevoerd.

Naar het beleid van 's lands zaken te staan, zonder school, waar bestuurders A an den Staat in den door u gewenschten zin kunnen gevormd worden, is een orgel u

Sluiten