Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE WEIGERING VAN DE KLOOSTERKERK.

Voorts voor wat in de tweede plaats de weigering van de Kloosterkerk aangaat, dank ik U voor uw verklaring, dat Gij hoogstwaarschijnlijk op 21 Mei met Moll, Bryce, Gerth van Wijek en Rademaker, en niet met Van der Flier, Gildemeester, Thijm en Van Hoogstraten zoudt zijn meegegaan.

Immers, wat Ge er aan toevoegt, dat Ge na de lezing van mijn artikel nHeelen en Halven''' anders zoudt hebben geoordeeld, doet hier ter zake niets af. Dat artikel verscheen pas den 17den Juni; en was dus op 21 Mei, toen de fatale beslissing in den Haagschen Kerkeraad viel, aan de H.H. Van der Flier c. s. nog volstrekt onbekend.

Wat onbekend was kon noch op hun advies, noch op hun stem invloed uitoefenen, en krachtens uw eigen, gulle bekentenis, zoudt Gij dus op 21 Mei de positie, door de H.H. Gildemeester c. s. ingenomen, niet hebben verdedigd, maar, hoe minzaam dan ook, bestreden.

Gij zoudt de Kloosterkerk op 21 Mei niet hebben geweigerd, maar toegestaan. Met een verwijt van //onkieschheid" er bij; het is zoo; en ook nog met een aangehechte clausule, och, we kennen allen in dat opzicht uw drang naar een o. i. overtollig épanchement; maar het eind zou toch geweest zijn, dat we van U, hadde het van U afgehangen, de Kloosterkerk hadden gekregen.

Iets wat ook wel niet anders kon, zoo men weet, wat én in de residentie én buiten de residentie van tamelijk algemeene bekendheid is, t. w., dat Gij, nog lid van den Haagschen Kerkeraad zijnde, niet zelden het afstaan van een kerkgebouw aan den modernen Protestantenbond hebt verdedigd.

Onbegrijpelijk komt mij daarom ook uw zeggen voor, dat Ge, na lezing van mijn artikel, toch weêr anders zoudt gestemd hebben.

Wat, naar uw advies, aan modernen wel kon toegestaan, moest dit aan ons dan geweigerd?

En bovendien, wat heeft de Haagsche Kerkeraad met een StantZaard-artikel te rekenen? Wie heeft recht een corporatie als die deiVrije Universiteit voor de strekking van zulk een artikel aansprakelijk te stellen? Waarnaar anders had de Kerkeraad te vragen dan naar hetgeen die Universiteit beleed in haar Statuut?

Sluiten