Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Over deze algemeene onzichtbare kerk handelt in eigenlijken zin het artikel van onze geloofsbelijdenis: Ik geloof een heilige, algemeene, christelijke kerk. Door dezen titel immers wordt aangeduid, dat zij heilig is en in haar de ware gemeenschap van de heiligen met Christus en alle leden zich openbaart. Tusschen de zichtbare en de onzichtbare kerk is hetzelfde onderscheid als tusschen een geheel en zijn deelen. Evenals een gedeelte in het geheel, zoo is de onzichtbare kerk in de zichtbare verborgen; dit blijkt ook uit Paulus' woord: „En die Hij te voren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen," Rom. 8 : 30. Deze roeping, waarmede God ons roept, is tweeërlei: een inwendige en een uitwendige. De inwendige roeping, zegt Paulus, geschiedt naar het voornemen der zaligheid; de uitverkorenen worden door beide, de huichelaren alleen door de uitwendige roeping geroepen. Met het oog op deze uitwendige roeping wordt ook de zichtbare kerk, waarin huichelaren zijn, de kerk der geroepenen genaamd. De onzichtbare kerk heet dan de kerk der uitverkorenen.

T e g e n w. 1: Indien het geheel zichtbaar is, dan is ook een gedeelte zichtbaar. Antw.: Dat gedeelte is ook zichtbaar wat de uitverkorenen betreft, voor zooverre zij menschen zijn en de leer der zichtbare kerk belijden; doch niet zichtbaar is het, wat de vroomheid der menschen of het geloof en de bekeering in de menschen betreft.

T e g e n w. 2: Wie in de kerk zijn, gaan niet verloren, zooals de beschrijving van de kerk zegt. Vele huiche* laars zijn er in de kerk. Derhalve gaan dezen niet verloren of is het onwaar, dat wie in de kerk zijn, niet ver-

Sluiten