Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft het hooge gezag om wetten uit te vaardigen, welke men ter wille van het geweten moet gehoorzamen. De kerk is gebonden aan Gods Woord en heeft de macht niet om nieuwe geloofsartikelen uit te vaardigen. Zij kan wel bevelen geven met het oog op een welvoegelijke orde, doch zonder verplichting voor de gewetens; zij heeft geen rechterlijke macht, maar handelt slechts met algemeen goedvinden. 6. De staat is met lichamelijke macht tegen de overtreders gewapend en beschermt zijne wetten met het zwaard. De kerk heeft alleen het zwaard des Woords d.i. de aankondiging van den toorn Gods tegen zijn versmaders. Soms vallen twee ambten, een staatkundig en een kerkelijk, in één en denzelfden persoon samen, zooals vroeger bij de profeten en de priesters, daarom moeten zij nauwkeurig onderscheiden worden.

VI. WELKE ZIJN DE REDENEN, DAT ER ONDERSCHEID IS TUSSCHEN DE KERK EN HET OVERIGE VAN HET MENSCHELIJKE GESLACHT?

Drie soorten van menschen zijn er in de wereld, die zeer veel van elkander verschillen. Sommigen zijn door hun belijdenis geheel en al vreemd van de kerk; zij toch loochenen het geloof en de bekeering en betoonen zich daardoor vijanden van God en de kerk. Anderen zijn geroepen, doch niet krachtdadig, zooals de huichelaren die het geloof belijden zonder waarachtige bekeering tot God. Anderen ten slotte zijn krachtdadig geroepen, dezen zijn de uitverkorenen en vormen het kleinste deel overeenkomstig dit woord van Christus: „Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren," Matth. 20 : 16.

Sluiten