Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezindheid, dat hij wil bewerken dat allen gehoorzamen. Maar God heeft nimmer beloofd, dat Hij het in allen wil werken. Zoo dan is er geen toespraak in deze woorden Gods, dat allen het moeten doen en Hij het in enkelen zal werken.

Tegenw. 7.: Zij kunnen geen troost hebben, wier zaligheid afhangt van Gods verborgen wil. Onze zaligheid hangt af van Gods verborgen wil. Derhalve kunnen wij geenen troost hebben. Antw.: Wij kunnen geen troost hebben voor dat dit verborgene besluit ons is bekend gemaakt. Nu is het ons geopenbaard door den Zoon en den H. Geest, en ook uit de gevolgen: „Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God," Rom. 5:1; „Die ons ook heeft verzegeld, en het onderpand des Geestes in onze harten gegeven," 2 Kor. 1 : 22, Efeze 1 : 14; „Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn," Rom. 8 : 16; „En hieraan kennen wij, dat Hij in ons blijft, namelijk uit den Geest, dien Hij ons gegeven heeft," 1 Joh. 3 : 24, 1 Joh. 4 : 13. Voor deze openbaring, het is waar, kunnen wij geen troost krijgen uit Gods verborgen besluit; na deze openbaring is die stelling onwaar.

Tegenw. 8: Niemand moet ondernemen, wat nutteloos is. Tevergeefs belceeren de verworpenen zich, want het is onmogelijk dat zij behouden worden. Antw.: 1 Indien het voor hen vaststond dat zij verworpenen zijn. Maar God wil niet, dat iemand dit vast bepaalt. 2. Het is tegenstrijding een verworpene te zijn en zich te bekeeren; want zoo zij zich bekeerden, waren zij geen verworpenen; voor deze ongerijmdheid is dus hoeaenaamd aeen qevaar.

Sluiten