Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het algemeen, d.i. wij weten, dat enkelen verkoren, anderen verworpen zijn; niet in het bizonder d.i. wij weten niet, of deze of gene verkoren of verworpen is. Van onze eigene verkiezing kunnen, ja moeten wij elk afzonderlijk zeker zijn, en dan wel van achteren n.1. uit onze bekeering d.i. uit het ware geloof en het ootmoedige leven.Want om te gelooven en te weten, dat wij waarlijk tot het eeuwige leven uitverkoren zijn, moeten wij in Christus en aan het eeuwige leven gelooven. Dit toch kunnen wij niet gelooven, tenzij wij het ware geloof en de bekeering bezitten. En evenals elk voor zich deze beide moet hebben, zoo moet ook elk voor zich vasthouden, dat hij onder het getal der uitverkorenen behoort; anders beschuldigt men God van leugen; „Wij roemen in de hoop der heerlijkheid Gods," Rom. 5 : 2. Christus is de voorspraak die bewerkt, dat wij eeuwiglijk behouden worden. Ik geloof aan het eeuwige leven, hetwelk hier aangevangen, door mij uit dit leven wordt medegenomen. En niet alleen is aan ieder uit het geloof en de bekeering zijn verkiezing bekend, maar het is hem bekend dat ook anderen verkoren zijn; en dit moet hij niet slechts hopen, maar ook vast gelooven, dat er buiten hem nog anderen zijn verkoren. Wij houden immers vast aan het artikel der kerk, dat deze ten allen tijde heeft bestaan en ook nu aanwezig is. Eén persoon maakt de kerk niet uit, daarom mag men niet met Elia zeggen: „En ik alleen ben overgebleven," 1 Kon. 19 : 14. Over de personen te oordeelen komt ons niet toe. Ook aangaande de verkiezing van anderen, persoon voor persoon, moet men het goede hopen. Kortom: in het algemeen is ons de verkiezing van alle verkorenen bekend,

Sluiten