Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwaad der straf is nog een goed, n.1. dat van Gods rechtvaardigheid, en voor zoover het van God komt).

Het goede staat onder Gods voorzienigheid in dezen zin, dat Hij het van eeuwigheid heeft besloten en het op den bepaalden tijd, orde en wijze tot stand wil brengen. Daarvan is Hij derhalve de Oorzaak, Bewerker, Auteur. Dat geschiedt niet alleen volgens maar ook door de voorzienigheid Gods.

Het kwade, n.1. de zonde, heeft Hij van eeuwigheid in dezen zin in Zijn voorzienigheid opgenomen, dat Hij besloten heeft en wil toelaten of niet in den weg staan, verhoeden en verhinderen, dat het door anderen geschiedt, in en door wie Hij het echter in geen geval Zelf ten uitvoer brengt. Daarvan is Hij dus geenszins de Oorzaak, maar Hij duldt, dat anderen de oorzaak er van zijn, naar Zijn rechtvaardig, uitnemend en wijs raadsplan. Zoo geschiedt de zonde wel volgens Gods voorzienigheid, maar op geen manier oorzakelijk daardoor, omdat God niet besloten heeft haar ten uitvoer te brengen, maar toe te laten, dat anderen dit doen.

TOELATEN: WAT DIT IS.

En dat toelaten is het n i e t-v e r h i n d e r e n van de zonde in eenige handeling, of het n i e t-b e w e rk e n, dat deze overeenkomstig de wet en de natuur Gods is. Zoo laat God dan de zonde toe als Hij den geest der menschen niet verlicht door Zijn Geest en de kennis van Zijn wil, of de gemoederen niet ombuigt, om in hun handeling als hoofddoel te hebben, dat zij den gekenden wil Gods uitvoeren en door zulk een gehoorzaamheid God verheerlijken.

Sluiten