Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10 : 15; 2 Chron. 11:4; 1 Kon. 22 : 23; 2 Chron. 36 : 22; Ezra 6 : 22; Job. 1 : 21; 12 : 17; 14 : 5; Ps. 105 : 25; 115 : 3; Spr. 16 : 3 en 33; 21 :1; Pred. 7 : 13; Jes. 10 : 5,6. Zie deze plaats, die alleen reeds genoegzaam is om de tegenwerping in zake de oorzaak der zonde te weerleggen. Gelijke teksten zijn er in Jes. 13 : 14, 27; 43 : 7 en 13 (c); 45 : 7; 46 : 10(c), en 11; Jerem. 13 : 23; 50 : 25(a); Klaagl. 3 : 37, 38; Ezech. 12 : 25(a); 14 : 9, 18, 32, vgl. Deutr. 5 : 26; Ezech. 20 : 25; 19:18; 36 : 26, vgl. o.a. met Jer. 13; Ezech. 38:4, 11, vgl. met Jes. 10; Dan. 4:35; Amos. 3 : 6; Dit wordt gezegd, van het kwaad der straf, maar zeer dikwijls is het per accidens (in bijkomstigen zin) ook het kwaad der schuld, dat God toelaat samen te loopen. Micha 4:11, 12.

GETUIGENISSEN UIT HET N. TESTAMENT.

Math. 7 : 18, 24, 25; zie de commentaar van Philippus Melanchton op deze plaats; Math. 10 : 29; 11 : 25; 13 : 11; 16 : 21; en vele plaatsen bij de Evangelisten; Hand. 1 : 16; 2 : 23; 3 : 17, 8; 4 : 26—28; 13 : 48(b); 17 : 25(b) en 28; Rom. 1 : 24; 8 : 28; 9 : 18(a), lees heel de verhandeling van Paulus. Rom. 11 : 7 en 29; 1 Cor. 4 : 7; Effez. 1 : 4, 5; gelezen worde het gansche hoofdstuk. Philipp. 2 : 13; 2 Thess. 2:11; zie de plaats en het vervolg er op. 2 Thimoth. 2 : 19; 1 Joh. 2 : 19; 4 : 10, 19; Openb. 17 : 17(a).

ARGUMENTEN EN AXIOMEN OVER DE VOORZIENIGHEID.

Hierbij komen argumenten, die niemand omverwerpt.

1. De almacht Gods laat niet toe, dat er iets geschiedt, wat God eenvoudig, zonder meer, of ook in

Sluiten