Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ver uit, dat zij uiteindelijk in hun dwalingen tegen het fundament, of hun zonden tegen de consciëntie zouden volharden. Noch ook maakt deze troost hen zorgeloos, omdat zij alleen behoort tot hen, die het voornemen hebben om zich te hoeden voor vallen, en nergens meer een afschrik van hebben dan van het beleedigen van God. Daarom is er een warnet van tegenstrijdigheid in dat duivelsche sarcasme van goddeloozen als zij zeggen: „Als ik uitverkoren ben, doe ik al wat mij lust, omdat het mij toch niet zal schaden." Want God wil, dat wij vast stellen, dat wij uitverkoren zijn. Maar dat kunnen wij niet zonder geloof en bekeering. Alle dingen werken mede ten goede n.1. dengenen die God liefhebben. Geen verdoemenis is er voor hen, die naar den geest wandelen. Deze twee saamverbonden sluiten de zorgeloosheid uit. En zij wekken op om vaardig te loopen in onze loopbaan volgens het gebod: „Maakt uwe verkiezing vast."

Daarentegen spreiden zij, ongetwijfeld, een rustbed voor hun eigen zonden, die voorgeven, dat het in hun eigen hand ligt om de bekeering op te nemen of neer te leggen, zoo vaak zijzelf het willen, en met God spotten naar hun verdorven lust. Dat onderzoek nu, waartoe de zekerheid der zaligheid ons roept, zou ik, zegt gij, willen vermijden. De duivel staat daar naar.

Die uitspraken: „Wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden" en: „Weest getrouw tot den dood en Ik zal u geven de kroon des levens" enz. doen de zekerheid der zaligheid niet wankelen, maar zijn aansporingen, waardoor God ons in die zekerheid bewaart, door in ons op te wekken het streven naar godzaligheid en het vlieden van de zonden.

Sluiten