Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tige inwijding eener nieuwe school voor Christelijk onderwijs, voor een onderwijs naar den eisch van Gods Woord en naar de hoogere behoeften der kinderen, een grooten zegen; — en Uwe tegenwoordigheid mot ons aan deze plaats, is mij een waarborg (ik bedrieg mij immers niet?) van uwe begeerte om met ons den Heere groot te maken voor wat Hij in de plaats onzer inwoning deed en doet!

Zien wij op ons zeiven, M. H.! tegenover de zegeningen onzes Gods, den zegen ook van dezen dag, ziet, dan overstelpen ons de goedertierenheden des Heeren; dan is in ons hart de taal: „Heere! wij zijn geringer dan al deze weldadigheid en al deze trouw, aan ons bewezen." Zien wij op onze traagheid in het benaarstigen ook van dezen ons toevertrouwden arbeid, op onze flauwheid in ijver, op de zwakheid van ons geloof, ook op de menschenvrees, die ons niet zelden de handen bond en de tong beklemde, en hoe de Heer ons toch dezen dag en op dezen dag dezen uitnemenden zegen geeft, ziet, dan krijgt Hij, die het deed, alleen de lof, en weêrhouden wij ons van roemen in ons eigen werk, daar 't immers Zijn werk is. Dan bidden wij van Hem, dat Hij ons ook heden beware van alle gedachten,die tot eigen-roem verleiden, en dan bidden wij u, dat gij u toch niet al te zeer verwondert en niet al te sterk op ons ziet, alsof wij door onze kracht en godzaligheid dit heerlijk werk hadden verricht! Gel.! den Heere alleen de eere!

Door déze overlegging wordt ook het karakter onzer tegenwoordige feestviering bepaald. Neen, wij maken geen luidruchtig straatrumoer, wij steken geen vlaggen uit noch vuurwerk af, wij houden geene optochten noch hoogdravende redevoeringen ter verheerlijking van menschelijk vernuft of menschelyke vlijt, maar zonder inhoud en zonder beteekenis. Neen, al zijn wij dankbaar voor de gewaardeerde medewerking en liefde, ons niet alleen in de groote gaven der vermogenden, maar ook in de kleine giften der arbeiders gebleken, en hetwelk God hun vergoede met de keur zijner geestelijke zegeningen, toch hebben wij nu allereerst met onzen God te rekenen; en daarom zij ons begin heden een gebed, zij onze inwijding eene

Sluiten