Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welke is dan ook de zegen, welken wij, in vereeniging met hém, op dezen dag vragen voor onze school? Dat „de oogen des Hoeren open zijn" over de plaats,, aan zijn dienst toegewijd, dat is, zouden wij haast zeggen, juist geene zaak, welke wij uitdrukkelijk van Hem hebben te vragen, daar 'timmers vanzelf spreekt. „Gods oogen doorloopen de gansche aarde," dat is een natuurlijk uitvloeisel van Gods alomtegenwoordigheid en alwetendheid. Niets ontgaat Hem, voor niets sluit Hij de oogen. Maar meer bizonder, Toeh.! als wij de Schrift raadplegen, wordt het „open zijn van 's Heeren oogen" aangemerkt als een eigenaardig voorrecht van Gods kinderen, en mag 't dus een zaak zyn, waarop dat volk in den geloove biddende pleit. „Zie, des Heeren oog is over degenen, die Hem vreezen, op degenen, die op zijne goedertierenheid hopen, om hunne ziel van den dood te redden, en om hen bij het leven te behouden in den honger;" en wederom: „De oogen des Heeren zijn op de rechtvaardigen, en zijne ooren tot hun geroep." Door dit dus ook voor onze school te vragen, wat Salomo begeerde voor den tempel, doen wij een beroep niet op 's Heeren alwetendheid, maar op zijne gunst en goedkeuring over het werk, hetwelk wij aldaar beginnen, op zijne hulpe en bescherming, opdat 't werk wel gelukke; op zijnen zegen, opdat van dat werk nog vruchten geoogst worden; op zijne bewaking, opdat in dat werk zijne eer steeds worde beoogd. Door dit te vragen, openbaren wij van den aanvang af ons karakter als .Christenen, als belijders van den naam des Heeren, en onderscheiden wij ons van hen, die bij gelegenheden als school-inwijdingen of dergelijke zich doen kennen als gaarne getrouwe dienaren van den Staat. Voor de staatsscholen schijnt 't voldoende te zijn om te staan onder het toezicht der overheid, — als hare oogen maar open zijn over die plaatsen, waarvan zij ordonneert: „Die ééne Naam zal daar niet zijn," en haar ongenoegen te ontkomen, door te verzwijgen wat zij ergernis noemt, schijnt wel de grootste wijsheid te zijn. Maar voor onze scholen, waar wij den kinderen „de wijsheid, die van Boven is"

Sluiten