Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot DeKenainaJang van don Naam en de daden des Heeren, tot bekendmaking vooral van dien eenigen, den wedergeboren zondaar zoo dierbaren naam van Hem, die ook aan de kinderen, vooral in den zaaitijd der schooljaren, gepredikt moet worden als de eenige Heiland, die ook alleen hen behouden kan; den naam van dien Zaligmaker, die ook hun dierbaar moet worden, opdat er voor hen hier vrede en vreugde, en hiernamaals zaligheid zij. „Mynnaam zal daar zijn!"'dat is de belofte, maar ook het koninklijk bevel des Drieëenigen Gods, ook met betrekking tot de school met den Bijbel, waar als het beginsel van alle wijsheid niet het lezen, schrijven en rekenen, maar de vreeze des Heeren geldt. In dat woord ligt de taak genoemd van ben, die zich daar wijden aan de opleiding der jeugd. Maar ziet eens, M. H.! aan welke zwakke handen die hooge, die veelbevattende taak wordt toevertrouwd. Den naam des Heeren aan kinderen bekend te maken, terwijl Hij zelf zijne verborgenheid, zijn heilsgeheim slechts aan zijn volk openbaart, — ach, hoe licht kan dat allerheiligste, Gods driemaal heilige Naam, in de handen van zondige menschen worden ontheiligd, hoe licht kan de eere des Heeren verkort worden, hoe licht wordt de dagelijksche, (als wij t zoo eens noemen mogen:) vertrouwelijke omgang met het heerlijkste, wat op aarde bestaat, tot een zaak, waarbij de eerbied wel eens uit 't oog wordt verloren. Aan kinderen iets van Gods daden bekend te maken, en zijne weiking (dat toch is Christelijk onderwijs!) en zijn recht aan te wijzen op elk gebied; — dit te doen niet alleen naaide bevatting van hun leeftijd, maar bovenal zóó, dat aan de heerlijkheid des Heeren geen vergrijp worde gepleegd, — het is een taak, M. H.! die waarlijk ligt boven het bereik van den mensch, ook van den geloovigen onderwijzer, zoo hij 't oog heeft alleen op eigen wijsheid en beleid! Laat ons, wie we ook zijn, hetzij onderwijzers, hetzij op ander gebied bezig in het belang van Christelijk onderwijs, nooit vergeten, dat wij ook tot dat werk medebrengen een zondig, verdorven hart, gezind tot allerlei onheiligheid, meer geneigd tot verge-

Sluiten