Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

krijgsknechten, Hij waakt voor Zijn getrouwen. Toen de gemeente in het nachtelijk uur bijeen vergaderd was en hare gebeden en smeekingen tot haren Heere en Koning opzond voor Zijnen gebonden dienstknecht, toen was Petrus wakende in den kerker, de ziel verheffende boven de verdrukking dezer wereld en den Heere lovende, dat hij verwaardigd was geworden voor Zijnen naam smaadheid te dragen. Daar omscheen hem eensklaps een helder licht en ziet! een engel des 11eeren stond voor hem, in een blinkend lichtkleed gehuld en sprak: „Staat haastelijk op. omgord u en bind uwe schoenzolen aan.' Petrus deed zooals hem gezegd werd en de engel vervolgde: „Werp uwen mantel om en volg mij. En als zij door de eerste en tweede wacht voorbij gegaan waren, kwamen zij aan de ijzeren poort, die naar de stad leidt en deze werd van zeltb voor hen geopend. Nu loofde en prees de trouwe discipel zijn Heere en Koning, want nu wist hij dat Hij Zijnen engel gezonden had om hem te verlossen. En hoewel hij wist dat hij eenen smartelijken dood sterven zou, zoo verheugde hij zich echter, dat zijne ure nog niet gekomen was en dat het hem werd toegelaten, om nog eenigen tijd in den wijngaard des Heeren te arbeiden. Dit was zijn element geworden, sedert zijn Meester tot hem gesproken had: „Ziet, Ik geve u de macht, om op slangen en schorpioenen te treden, en over alle kracht des vijands; en geen ding zal u eenigszins beschadigen. Doch verblijdt u daarin niet, dat de geesten u onderworpen zijn; maar verblijd u veel meer, dat uwe nairien geschreven zijn in de hemelenEn hoe kon het anders wezen dan dat hij zich daarover verblijden moest? Zijn naam opgeschreven in de hemelen! O!

„Wat baat een felle stoot, wat deert een felle slag,

Als 't hart van binnen heeft, waar t zich aan houden mag!

Sluiten