Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en, op het uitdrukkelijk bevel van den Verheerlijkte, schreef hj alles wat hij zag en hoorde in een boek voor de zeven gemeenten van Klein-Azië en voor allen die lezen en hooren zullen de woorden dezer profetie.

Wij worden door den Apostel in het boek der Openbaringen, in den geest overgebracht in de zalige gewesten des vredes. De tooneelen, die hij ons voor oogen schildert, zijn hoogst belangrijk ; hem wordt vergund het nieuwe Lied te hooren zingen ter eere van het geslachte Lam; om blikken te slaan in de toekomst; hij beschrijft den grooten dag des toorns Gods, wanneer de rechtvaardigen zullen blinkeu als de zon, daar in het nieuwe Jeruzalem, wanneer daar zijn zal een nieuwe hemel en eene nieuwe aarde, waarin gerechtigheid wonen zal; wanneer de tabernakel Gods zal bij de menschen wezen en er geen rouw en geen moeite en geween meer zjjn zal, en de eerste dingen zullen zijn weggegaan.

Johannes was in den geest, zooals hij hetzelve uitdrukt; hem was slechts voor oogenblikken vergund, dat heerlijk land te aanschouwen; het was nog zijne eeuwige woonstede niet geworden; hoe zal het hem echter verkwikt hebben in zijne eenzaamheid! Met recht was het hem een Bethel, een huis Gods, en welk een buitengewoon voorrecht voor dien jonger, dien de Heere lief had, en hem zulks zoo krachtig bewees, ook toen Hij reeds van hem was weggegaan.

Wij staan van verre en zinken mede in den geest aan de voeten van onzen Verlosser, Die zulk eene heerlijkheid bereid heeft voor degenen, die Hem liefhebben, en de vraag rijst onwillekeurig in hem op, die het heil zijner ziele lief heeft: „Zal ik deelen in die vreugde, in dien vrede, in die zaligheid, die de Heere zelf aan Zijnen uitverkoren knecht geopenbaard heeft?" Gewichtige vraag voorzeker! die ons als van zeiven doet terugkomen op het bovenstaande: „Ben ik een kind van God?" Er

Sluiten