Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn er die het wanen en die falen; er zijn er die het vreezen en die het zijn. „ Wel hem die geduriglijk vreeststaat er geschreven, en dat „wel hem'' staat er niet te vergeefs. Hij, die vreest zijnen Meester te verloochenen met zijne woorden; die vreest Hem te bedroeven met zijne daden; die vreest Hem te kruisigen door zijnen handel, die is de man, die geduriglijk vreest. Die telkens vraagt: „Wat wilt gij, Heere Jezus! dat ik doen zal"; die in de rechte wegen wandelt en het in vollen gemoede verklaren kan:

„Gods Woord is mij een lamp voor mijnen voet,

Mijn pad ten licht om 't duister op te klaren."

Maar niet, die daar roepen: „Heere! Heere!" en niet doen den wil des "Vaders, Die in de hemelen is. Laat ons toch stil staan bij die vraag, en onszelven beproeven; het is toch niet genoeg nabij het Koninkrijk Gods te wezen; neen, dezulken gaan heen met den rijken jongeling en meenen, dat zij rijk zijn en verrijkt, niet wetende dat zij zijn arm en naakt en jammerlijk en ellendig.

Een beroemd kanselredenaar hoorden we eenmaal de uitdrukking bezigen: „er is gevoelige genade." Deze woorden troffen ons. Ja, wij kunnen soms vol gevoel en onder een vloed van tranen met Petrus uitroepen: „Heere Jezus! Gij weet alle dingen, Gij weet, dat ik U lief heb"; maar wanneer de Heere daarop volgen laat: „ Weid mijne lammeren", o dan gaan wij vaak schuchter op zijde; dan moet er een voet worden afgehakt, een hand worden afgehouwen, een balk uit het oog worden iveggenomen; dan dondert het woord ons in de ziel: „Die achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven", en ziet dan worden wij vaak halsstarrig; dan schuwen wij den strijd; dan gaan wij niet in het arsenaal van Koning Jezus om ge-

Sluiten