Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij hadden luiten in de handen,

En gouden schalen; ieder één,

Waarop der Heiligen gebeên Als zoete wierookwolken branden.

„En zij sloegen te zaain' in verrukking huu luiten,

En zij zongen een lied, dat nooit oor had begroet:

„Gij zijt waardig het Boek met zijn zegels te ontsluiten,

„Die geslacht zijt en Gode ons herkocht door TJw bloed; „Die uit alle de volken, en tongen en talen,

„Die uit alles wat leeft, ons bijéén heeft gegaard;

„Die voor God ons als Priesters en Torsten doet stralen;

Die ons Koningen maakt, om te heerschen op aard!"

En ik hooide, om den Troon als een waterval bruischend,

Aller Engelen stemmen in jubelgeschal En zij waren tienduizende malen tien duizend

En veel duizenden, duizendmaal groot in getal!

En zij zongen te gader: „Het Lam, dat geslacht is,

„Is waardig te ontvangen de rijkdom en de eer,

.En voor Hem, Wien de wijsheid, de sterkte en de macht is „Buige in lofzang en dank al wat ademt zich neêr!"

Stemmen wij ook mede in, in den lof aan het geslachte Lam? Zijn wij ook vurig van Geest om Zijnen naam te verheerlijken? Is de zonde ons een walg geworden? Of het zoo wezen moge! O! in dat land daarboven zal niet inkomen, dat verontreinigd, dat gruwelijk doet, dat leugen spreekt. Bedenken wij, ellendige zondaren als wij zijn, dat er moet gestreden worden; gestreden tegen vleesch en bloed; gestreden tegen de lusten, begeerlijkheden en booze neigingen van ons hart Bedenken wij, dat, zonder heiligmaking niemand den Heeie zien zal, en wanneer wij met siddering vragen: „Wie zal een reinen

Sluiten