Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vele verdrukkingen te lijden gehad, met name van Ebion en van Corinthus, welke beide mannen de Godheid van Christus verloochenden. De Apostel spreekt in het tweede hoofdstuk van zijnen eersten zendbrief van hen, als hij zegt in het 19<l<> vers: „Zij zijn uit ons uitgegaan, maar zijn uit ons niet: want indien zij uit ons geweest waren, zoo zouden zij met ons gebleven zijn: maar dit is geschied, opdat ze zoudenopenbaar worden, dat ze niet allen uit ons zijn." Terwijl hij verder, met het oog op hunne verderfelijke leer, zich aldus uitdiukt. „een iegelijk die den Zoon loochent, heeft ook den Vader niet."

W ij lezen, dat Johannes eenmaal gevlucht is uit een huis in hetwelk zich Corinthus bevond, uit vreeze, dat het huis, om diens ketters wil, hem verpletteren mocht, en om ons voor te stellen hetgeen toen in de ziel van den getrouwen discipel moet zijn omgegaan, behoeven wij slechts zijn brief aan de uitverkorene vrouwe en kinderen te lezen, waar hij schrijft: „Die in de leer van Christus blijft, heeft beide den Vader en den Zoon. Indien iemand tot ulieden komt en deze leer niet brengt, ontvangt hem niet in huis en zegt tot hem niet: zijt gegroet. Want die tot hem zegt: zijt gegroet, die heeft gemeenschap aan zijne booze werkenDie ooren

heeft om te hooren. die hoore !

al is I, dat zij iets doodelijks zullen drinken, dat zal hen niet schadensprak onze verheerlijkte Meester na Zijne opstanding uit de dooden. Ziet, hoe dit woord is bewaarheid geworden in Johannes, en hoe kon het anders? Zijne beloften zijn Ja en zijn Amen, en daaroiA, toen de Godsgezant den giftbeker werd aan de lippen gebracht, toen dronk hij dien in het vaste geloof, dat de Heere Zijn woord zou waarmaken, en zoo geschiedde het. Noch de gloeiende olie, noch

3

Sluiten