Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het licht des Heiligen Geestes bestraald, leert verstaan, dat de natuurlijke mensch niet begrijpt de dingen, die des Geestes Gods zijn, en dat de wijsheid der mensehen dwaasheid is bij God, o! dan zult gjj uwe rede spoedig onderwerpen aan het hoogere licht, dat gij ontvangen hebt, eu van ganscher harte moeten uitroepen: „Dat weet ik, dat ik blind was en dat ik nu zie."

O! de menschelijke Datuur is zoo hoogmoedig; zij laat zich zoo gaarne streelen en koesteren, en van daar, dat zij zoo gaarne aan hare zaligheid zelf iets wil toebrengen. Het valt zoo moeiielijk uit genade gezaligd te worden; het is zoo vernederend te belijden: ik ben walgelijk van wege mjjne zonden. Het is zoo genoegelijk, met opgeheven handen en den blik naar boven, uit te roepen: „Ik dank U. Heere! dat ik niet ben gelijk als deze," in plaats van de oogen niet te durven opheffen en te stamelen: „O God! wees mij zondaar genadig!" Wij lezen, dat de duivel omgaat als een brieschende leeuw, zoekende wie hij zou kunnen verslinden. Hij gebruikt allerlei middelen om de zielen ten verderve te brengen, en dit vooral: het streelen van des menschen eigenliefde is een krachtig wapen in zijne hand tegen de ziel die, zonder het zelf te weten, in zijne boeien gekluisterd is. Of... of... twijfelt gij aan zijn bestaan; aan zijnen invloed; aan de macht, hem nog toegelaten ? Ook dat is een begrip onzer dagen, helaas! want hoe zal ik mij wapenen tegen een vijand, die niet bestaat? waarom zal ik ten strijde optrekken, indien ik niet geloof, dat er een vijand aanwezig is? En toch leert ons de Bijbel hem kennen als den menschenmoorder van den beginne; als een brieschende leeuw; als de verleider, de verderver, de verklager, de tegenpartijder, de slang die wondt, de verzoeker, de booze geest. Toch vinden wij in Gods Woord, dat de Satan stond aan de rechterhand van den Engel des Heeren, om Iiem te wederstaan, toch lezen wij, dat de Heere hem zelf voorstelt als „nemende het M oord

Sluiten