Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uwen vinger hier en ziet Mijne handen; en brengt uwe hand en steekt ze in Mijne zijde: en zijt niet ongeloovig, maar geloovig."

Hoe beschamend was dit gezegde voor den discipel, maar tevens hoe voorkomend voor den zwakgeloovige! Ja, er is niet alleen bijblijvende, achtervolgende, maar ook voorkomende genade noodig, en in Zijne grondelooze barmhartigheid schenkt de Heere ook die aan de Zijnen, evenals wij het hier zien bij Thomas Of is het niet voorkomend, dat Jezus hem zelf in de gelegenheid stelt om zich te overtuigen, dat Hij waarlijk was opgestaan uit den doode. O! welk een zoet gevoel moet den jonger doortinteld hebben, toen hij nederzonk aan de voeten van zijnen Meester en uitriep: »Mijn Heere en mijn God!'' Kent gij ook zulke toestanden als waarin Thomas zich bevond, gij die dit leest? Hebt gij ook wel eens uitgeroepen: „Neen! ik kan het niet gelooven! Zou ik deel hebben aan zulk een heil? ik, die zulk een groot zondaar ben; die de geringste zegen verbeurd heb, die, tegen beter weten aan, de geboden des Heeren overtreden heb en aan alles schuldig sta. Zou ik deelen kunnen in die zaligheid, ik, onreine, onder de gemeente zonder vlek of rimpel ?" En heeft de Heere dan wel niet eens een woord in uwe ziel doen vallen hetwelk gij levendig gevoeldet dat van Hem kwam? Als: „Uwe gerechtigheid is uit Mij, spreekt de Heere;" of: „Sedert gij kostelijk waart in Mijne oog en heb Ik u vereerlijkt"; of: „Het is niet om uwentwil, maar om Mijnes grooten naams wil?" en was het u dan niet wèl aan de ziel en zonkt gij dan ook niet aan de voeten van den Heere, uitroepende: »mijn Heere en mijn Godƒ"?

Of hebt gij wel Liet eens met huivering gedacht aan een steen, die moest worden afgewenteld en waarover gij tobdet en menigen slapeloozen nacht doorbracht en uitriept: »Onmogelijk! hieruit kan ik niet gered worden; hier is geen uitkomst

Sluiten