Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werd geheel haar bestaan haar ontnomen, al wist zij niet hoe of van waar te komen aan haren nooddruft, zij wist het, dat het gepiep der zwaluwen, en het gekir der jonge duiven wordt gehoord, en dat haar gekerm ook opging tot de ooren des Heeren Zébaoth. Zij bleef dus pal staan in den strijd. Hij, Die haar had aangegord, zou haar niet begeven, maar met haar aan de spitse zijn. En zoo, onder veel strijds en gebeds, scheen het, dat haren aardschen tabernakel zou verbroken worden. Haar ziekbed was gekenmerkt door duldeloos lijden, maar tevens door eene onderwerping, die zonder voorbeeld was. „In mij is geen kracht", riep ze vaak uit, „doch" liet ze er dan met eenen hemelschen glimlach op volgen: nik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft." Zoo had ze verscheidene maanden gelegen, toen zichtbaar haar einde naderde, maar te gelijk haar geloof verhelderde. De laatste dag verzocht zij des morgens aan hare oppasster, om tegen den avond te zes uren alle hare vrienden en vriendinnen, die met haar éénen Heere dienden, uit te noodigen haar te bezoeken. Deze meende eerst dat zij ijlende was, doch zij verzekerde haar, dat zij zeer goed wist wat ze deed en zeide, dat ze niemand mocht overslaan, "opdat" liet ze er op volgen, /'de naam van mijnen lieven Koning worde groot gemaakt."

Het uur kwam; de kamer, waarin zij lag. was nauwelijks groot genoeg om hen te bevatten, die daar genoodigd waren. Toen allen gezeten waren en met gespannen verwachting de ontknooping van dit raadsel verbeidden, toen richtte zij zich op, als of zij een gezond en krachtig lichaam had en sprak: „Ik dank u, lieve broeders en zusters! dat gij aan mijn verlangen hebt voldaan, ik ga naar mijn eeuwig Huis en gij zult mij uitgeleiden. De Heere zij met ulieden, schenke u Zijnen vrede en hereenige ons allen eenmaal voor Zijnen genadetroon. Laat ons nu met elkander zingen van den 453ten Psalm het 7de vers. De

Sluiten