Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijds eene stad in Oost-Indië, den marteldood heeft ondergaan De geschiedschrijvers melden, dat hij in die stad buitengewoon geijverd had tegen de afgodendienaars en dat hij in de kracht des Heeren den Satan had genoodzaakt het beeld te verbrijzelen, hetwelk zij aanbaden. De afgodische priesters hierover ten hoogste vertoornd, klaagden hem aan bij hunnen koning, die Thomas veroordeelde om met gloeiende platen gepijnigd en daarna in eenen brandenden oven geworpen en verbrand te worden. Dan de priesters voor den oven staande en ziende,dat hij van het vuur ongedeerd bleef, zoo hebben zij hem met lansen en spiessen doorstoken, blijvende hij tot den einde toe standvastig in zijn allerheiligst geloof, belijdende nóg met stervende lippen, dat er alleen vrede en zaligheid te vinden is bij den gekruisten Christus.

„Nu ziet hij met zijn laatste beden Zijn laatste zonden hem ontvliên,

Nu mag hij voor Gods aanschijn treden ,

Nu zal het kind zijn Vader zien.

„Nu werpt hij, bij 't gewuif der palmen

Zijn kroon ter neêr, waar Jezus troont,

En juicht, bij 't Hallelujah galmen:

„„Gij hebt mij met gena gekroond!""

.Tw.

Sluiten