Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene proeve van dichterlijke wijsbegeerte wordt gemaakt en het moet uitroepen: „Zij hebben mijnen Heere weggenomen!" zich in Uwe kracht aangorden om den duivel te wederstaan en zij aan hunne zielen ondervinden, dat Uwe genade hen genoeg zij en dat Uwe kracht in hunne zwakheid ivorde volbracht. Amen.

Zoo spreekt de Heer': „zijt niet bevreesd,

En wilt voor niemand beven;

En wandelt ge in woestijnen 't meest,

Vrees voor geen wild verscheurend beest,

Want weet, Ik zal Mijn Heilgen Geest U tot een' Trooster geven.

„Wees toch voor menschen niet vervaard,

Die eens toch moeten sterven:

'k Heb uit den vreemde u zaam vergaard,

Als de appel van Mijn oog bewaard,

Ook hebt gij Mijn natuur en aard;

Gij zult dus niet verderven.

„Geef slechts Mijn bloed alleen al de eer,

Zoo zult gij zalig wezen,

En vrees en beef voortaan niet meer,

"Want Ik, Ik ben alleen uw Heer,

Die u bescherm en leid en leer:

Er is niets meer te vreezen.

„Komt allen, die verdwaald, verleid,

Uw zielen voelt beladen,

Een eeuwge vreugd is u bereid;

Want al wie om zijn zonden schreit,

Zal Ik, uit goedertierenheid,

Met zoeten troost verzaden."

Sluiten