Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

\En gij, geloovig belijder van uwen gekruisten Christus! al wacht u geen moordschavot, al wacht u geen kruispaal tot stervenssponde, ook gij zult deelen in de verdrukking van allen, die met eenen nieuwen naam genoemd zijn. Doch het zal u altijd wèl zijn, indien gij voor den naam van uwen Koning, Dien gij ook als uw Hoogepriester en als uw Profeet eerbiedigt en aanbidt, uitkomt en smaadheid te lijden hebt. Onder alle verdrukkingen zult gij uwen toestand niet willen ruilen met hen, die u dat leed berokkenen, want gij weet het vast en zeker, (want het geloof is een vaste grond der dingen die men hoopt, en een bewijs der zaken die men niet ziet), dat: niets -u scheiden kan van de liefde Gods, die in Christus Jezus is en: zoo velen als er door den Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods. Want gij hebt niet ontvangen den Geest der dienstbaarheid wederom tot vreeze; maar gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen , door welken wij roepen: Abba Vader. Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen van God zijn. En indien wij kinderen zijn, zoo zijn vcijook erfgenamen; erfgenamen Gods en mede-erfgenamen van Christus.

„Ja ik ben op der aarde Mijns Heeren instrument,

Een middel klein van waarde,

Bij Hem alleen bekend.

In alles wat Hij zendt,

Hoe hevig 't mij bezwaarde,

Kust ik, totdat Hij 't wendt.

„Mijn gangen en mijn wegen Staan in des Heeren macht.

In mij is niets gelegen

Sluiten