Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zond daartoe zijne profeten uit. Een lakenwever, Nieolaas Stork, maakte bekend, dat de engel Gabriël hem verschenen was en hem behalve vele andere dingen ook dit gezegd had: »Gij zult op mijnen troon zitten." Zekere Markus Stubner, een gewezen student, voegde zich bij hem, welk tweetal later vermeerderd werd met Markus Thomas en Thomas Munzer. Onder veel rumoer kondigden deze mannen plechtig hunne zending aan, onder het herhaalde geroep: »Wee! wee! wee! Degroote dag des Heeren is aanstaande! Het einde der wereld is nabij!" Deze vergadering vestigde zich eerst in het stadje Zwickau en den 27 December 1521 trokken zij in overmoed op Wittenberg aan, alwaar zij zich bij de professoren vervoegden en verklaarden , dat zij van God gezonden waren en eenen bijzonderen omgang hadden met den Heere hunnen God. Vele welgezinden, die de zaak der Hervorming waren toegedaan, zagen dit alles met verbazing aan, en Melanchton zelf was geschokt en verbaasd en sprak: »Er zijn inderdaad buitengewone geesten in deze menschen werkzaam". Maar welke geesten?.... Luther alleen kan hier beslissen. En ofschoon wij ons voorzeker moeten wachten, dat wij den Geest Gods niet uitblusschen, behooren wij toch ook op onze hoede te zijü, dat wij ons niet laten medevoeren door inblazingen des duivels."

Al spoedig vond de zaak in Wittenberg veel bijval, vooral toen zekere Cellarius, een vriend van Melanchton, zich mede aansloot en zich volkomen overtuigd hield van de waarheid en het gewicht der nieuwe profeten.

Het duurde niet lang of de tijding van deze gebeurtenissen werden op den Wartburg overgebracht en Luther begreep, dat de tegenpartij der was opgestaan, onder de toelating des Heeren, om Zijne dienaren te verootmoedigen en hen langs dezen weg der beproeving tot een ernstiger streven naar heiligmaking op te leiden.

Onder dezen indruk schreef Luther aan den keurvorst Fre-

Sluiten