Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ea de snuif, die ze in overvloed gebruikte, maakte dan een bruine, natte plek op mijn wang; maar dit belette niet, dat mijne omhelzing even hartelijk was.

Niet zelden mocht ik, wanneer ze in bekommering was

' o

nedergezeten, haar mededeelen, dat ik geloofde, dat zij vóór haar einde tot volkomen ruimte komen zou, en de uitkomst heeft liet bevestigd.

Haar aarden vat was oud, versleten, vermolmd en onbruikbaar. Ten laatste zonk het ineen. De laatste dag, dat ze bij hare volle bewustheid was, sprak ik over hare uitzichten in de eeuwigheid; zij vreesde nog te zullen herstellen, maar tevens betuigende, dat ze nu wist, dat ze naar het nieuwe Jeruzalem ging. „Ja, ja nu weet ik het zeker'" dat waren de laatste woorden die zij tot mij sprak. De volgende dag was zij kindsch, eu na nog eenige dagen zoo gelegen te hebben, is zij als een la,mpje zachtkens uitgegaan, terwijl de Vrede op hare gelaatstrekken zich verspreid hadden en nu juicht ze reeds voor den genadetroon en mag zich verblijden in Hem, Die hier hare eenige vreugde was, hoewel altijd met vreeze en beving. Het vermolmde hutje ligt onder de zwarte aarde en rust daar totdat de stem des Archangels de dooden zal levend maken en allen, die in de graven zijn, die stem zullen hooren en zullen uitgaan en ook zij ontwaken zal tot de opstanding des levens.

Maar er was nog een derde, waarvan ik u wilde melding maken. Het was een man wiens honden meer medelijden hadden dan de priester, die zijn zoogenaamde zielverzorger was? Toen hij Jezus gevonden had en hij Hem door het geloof als zijn Borg had mogen aannemen, was hij een geheel ander mensch geworden. Het wonder, dat aan hem geschied was, werd langs hoe grooter in zijne oogen, zoodat hij niet zelden in stomme bewondering vragen moest: „Zou het nog wel waarheid zijn?" Hij mocht echter lieve en zalige werkzaamheden tusschen den

Sluiten