Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vroegen morgen, bezig was met eenige kuikens te voederen, wera haar door iemand toegevoegd: »ik hoop, Lena! dat gij toch wel reeds in de eenzaamheid geweest zijtwaarop zij ten antwoord gaf: „och! zou ik dat kunnen vergeten, het is mijn brood en water.

Zij betoonde steeds eene vurige begeerte om voor anderen nuttig te zijn; van daar dan ook dat alle pogiDgen en gesprekken steeds daar henen leiden, om de liefelijkheid en beminnelijkheid van den Heere Jezus aan te prijzen. Zoo ontmoette zij eene dame, die in diepe droefheid was, door het verlies van haar kind. Lena sprak haar met innige deelneming aan, onder anderen deze woorden met klem en nadruk haar toevoegende: „Laat los, lieve juffrouw! laat los, val maar aan Zijne voeten, vraag aan Hem om uw hart te nemen, en Hij zal alles recht maken.''

Wanneer iemand haar over den toestand zijner ziel klaagde, dan antwoordde zij veeltijds: „klaag bij mij niet, maar ga naar den Heere Jezus; val aan Zijne voeten en vraag Hem om hulp. ' Den meesten tijd mocht zij van haar aandeel in Christus verzekerd zijn en sprak er dan ook van met vele vrijmoedigheid. Een vreemd heer haar ontmoetende, sprak met haar over de liefde van Christus, en vraagde haar: „wanneer denkt gij, Lena! dat de Heere Christus zal wederkomen?" waarop zij antwoordde: „op den oordeeldag." „En waar meent gij," zoo hernam hij. „dat dan uwe plaats zal zijn?" „O, mijnheer! aan Zijne rechterhand," zeide zij, „want Hij is voor mijne zonden gestorven en Zijn bloed is over mijne ziel gekomen tot eene volkomene gerechtigheid , waarmede ik voor het heilige Wezen volkomen kan bestaan."

In het laatste jaar van haar leven was ze. bijna geheel blind van ouderdom, nochtans liet zij zich eiken Zondag tv veemalen naar het huis des gebeds geleiden, waar haar gedurende eenige jaren een plaatsje op den trap van den predikstoel werd vergund, waarvoor zij zich altoos erkentelijk betoonde.

Sluiten