Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot het nemen van krachtige maatregelen, waardoor het dreigende gevaar nog in tijds zonde kunnen afgewend worden — dan houdt die verklaring niet langer steek, dan zoude het een onverklaarbaar en onvergevelijk verzuim zijn, indien wij nalieten den krijgsraad bijeen te roepen, dan is het toch wel tijd, ook voor ons, om de positie eens op te nemen, om te vragen: „Wat hebben wij dan van de voorgestelde wijziging te wachten; wat kunnen wij dan doen om de aanslagen en maatregelen der modernen tegen te werken?

Dit is zeker: wat hen doet vreezen, geeft ons stof tot blijdschap; wat zij met alle magt verhinderen willen, dienen wij met alle magt te bevorderen. Zij zijn te ver gevorderd in de krijgsmanskunst om ernstig bezwaar te maken tegen de bezetting van een uiteen stategetisch oogpunt onbelangrijke post, terwijl juist door de overgave, de waakzaamheid en werkzaamheid van den vijand afgeleid en tijd gewonnen kon worden.

Het referaat, waarmede de bovenvermelde vraag. „Wat hebben de modernen te doen om de feitelijk bestaande leervrijheid in de Protestantsche Kerk te handhaven?" (doopsformule) op de vergadering van 27 April werd ingeleid, is op verzoek der aanwezigen gedrukt en „eenigzins aangevuld" in een vlugschrift getiteld: „Het synodaal voorstel tot verpligt gebruik der doopsformule — gevraagd advies door W. de Meijier, Predikant te Wormerveer" — terug gegeven.

Uit dit geschrift is het gebleken, dat de modernen meer gewicht hechten aan de voorgestelde verandering dan wij anders hadden durven vermoeden. Het is ons, wel is waar, niet onbekend, dat enkele woordvoerders onder hen zich in een anderen geest over deze zaak hebben uitgelaten — maar dit neemt niet weg, dat de Meijier, op de zooeven genoemde vergadering gekomen was, niet om een persoonlijk gevoelen te verdedigen, maar om, daartoe uitgenoodigd door het Moderamen, te formuleren wat de zienswijze der meerderheid scheen en later bleek te zijn.

1*

Sluiten