Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die voorliefde hebben vóór de ,,kerkelijke drieëenheidsleer," allerminst een motief hebben, om de woorden van den Heiland (Matth. 28: 19) prijs te geven.

Wij hopen althans dat zijne eigene „gemoedsbezwaren" niet zoo geheel uit de lucht gegrepen zijn, als die welke hij in ons veronderstelt.

Zoude dit echter niet het geval kunnen zijn; is de zaak wel zoo ernstig als de Meijier de zijnen wil doen gelooven ?

Het is zeker niet overbodig om dit te onderzoeken, al hebben wij nog zooveel vertrouwen in het doorzicht van onzen tegenstander waar zijn eigen belang op het spel staat. Daar ons medelijden met den vijand evenwel niet noemenswaard is, waar het blijkbaar een strijd geldt niet tusschen hem en de synode, maartusschen hem en ons, en wèl een strijd op leven of dood, zullen wij maar geene teedere bezorgdheid voor hem aan den dag leggen. Wij zouden den schijn op ons laden als of wij hem minachtten en ons op zijne kosten wilden vermaken. Daarom zullen wij dit onderzoek maar in ons eigen belang instellen, en niet vragen: „Wat de modernen van de wetsverandering te vreezen , maar wat wij er van te wachten hebben."

Op de vraag dan of die verandering op zich zelve genomen, zoo gewigtig is, moeten wij een ontkennend antwoord geven. Immers; de doop zal voortaan toegediend worden in den naam van „Yader, Zoon en Heiligen Geest". Dit is ten minste niets nieuws. De toevoeging aan Art. ] 4 van het synodaal reglement, moge het gewone gebruik wettigen(?) het wordt er niet door gewijzigd. Tot hiertoe waren de gevallen zelfs uiterst zeldzaam , waarin die doop niet volgens de woorden der instelling werd bediend. Wij hadden er ook nimmer aan gedacht om eens na te gaan, hoe Art. 14 van het reglement op dit punt luidde. De Schrift, de kerk en het gebruik der kerk hadden de zaak beslist, eer de synode in den Haag zitting had.

Voorshands blijft alles dus bij het oude.

Sluiten