Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Welke beteekenis heeft de kerkelijke vaststelling van de formule dan?

DegemeenschappelijkebelijdenisderChristenen van alle eeuwen — waar do or zij, hoe ook in andere opzigten gescheiden, aan elkander verbonden zijn, zal voor en in volgende geslachten b ewaard blijven.

Bewaard blijft dan ook de doop als christelijke doop, d. i. als acte van inlijving in de kerk, in dat instituut waarvan Christus de stichter is.

Bewaard ook de beteekenis van den doop in verband met de geheele leer der zaligheid, omdat de doopsformule slechts — eene verklaring van den doop, het credo (de twaalf artikelen) —eene uitbreiding van de formule, en de geheele dogmatiek slechts — eene stelselmatige ontwikkeling van het credo is.

Bewaard ook het karakter van de kerk, als kerk, d. i. als historische verschijning, die hare grondslagen, kenmerken, maar ook haar voorbeeld in de geschiedenis heeft, — omdat de doop een kerkelijk karakter blijft behouden, omdat de kerk, niet het individu door wien de doop toe bediend wordt, handelend optreedt, en omdat hij, die den doop bedient, dit doet niet als zelfstandig persoon, als stichter van eene gemeenschap op z ij n woord gegrond, maar slechts als lid, als dienaar van de kerk, zoodat zijn daad en woord slechts als zoodanig beteekenis heeft.

Niet het gebruik van de formule, noch de officieele vaststelling van dit gebruik, noch de bedoeling waarmede dit geschied is, maar slechts het beginsel, dat aan dit alles ten grondslag ligt, geeft ons het regt om iets van de toevoeging aan Art. 14, voor de oplossing van de kerkelijke kwestie, althans bij benadering, te wachten. Te wachten niet voor het oogenblik, maar voor het vervolg.

Het is met dit besluit van de synode, als met de invoering van Art. 23. Beide werken op tijd. Wie geen geduld heeft om te wachten, heeft niets te verwachten.

Sluiten