Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maken van die formule niet tot de geschiedenis van den tegen woordigen strijd der beginselen behooren. Immers het vraagstuk zoude dan niet opgelost, de debatten niet gesloten, de strijd op kerkelijk terrein hierover niet getermineerd wezen. Het tegendeel is nu het geval. De wetsverandering is niet onschuldig: er is te veel aan voorafgegaan. In haar behalen de regtzinnigen eene overwinning.

„Waarom toch" zoo hooren wij vragen „wil men die handeling voorschrijven?" omdat het gebleken is, dat predikanten gemoedsbezwaar hebben tegen het uitspreken dier woorden. En van waar hun gemoedsbezwaar ? omdat zij niet kunnen leeren, wat naar hun oordeel door die woorden geleerd wordt, juist nu, nu veranderd inzigt in de godsdienstleer, sommigen bezwaar doet maken tegen het gebruik dier woorden, n u zal juist het voorschrijven dier formule noodzakelijk inbreuk maken op de heerschende leervrijheid. Ware die formule twintig of meerjaren geleden, toen niemand tegen het gebruik daarvan bezwaar had, voorgeschreven, het voorschrift kon die beteekenis niet hebben gehad. Het ware toen louter eene quaestie van vorm geweest. Nu is het anders."

De modernen spreken dit uit, zij gevoelen welk eene portee aan de wetsverandering door de omstandigheden gegeven wordt.

Laat ons nu van onze zijde zorg dragen, dat deze beteekenis eer in het licht gesteld dan verzwegen worde, dat zij vooral niét verloren ga, in synodale memories van toelichting.

Waarlijk, de strijd voor de doopsformule is eene strijd voor den doop en hiermede ook voor de kerk.

De vorm en het wezen; de handeling en het woord waardoor zij verklaard wordt, de instelling en de woorden der instelling kunnen niet gescheiden worden.

Indien de modernen hun gevoelen wilden uitspreken , zoude het duidelijk worden, dat zij met even

Sluiten