Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veel regt den doop als den doopsformule zouden bestrijden. De oppositie tegen het eene geldt ook het andere. Zij kunnen zulk een verouderd, onbeduidend, semitisch gebruik als de doop voor hen is, niet laten bestaan, eerst zullen zij beproeven om het Jafetisch te vertalen, maar de vertaling deugt niet, de modernisering gelukt niet, en het oorspronkelijke zal er te eer om verworpen worden. Descheikh der woestijn moge met zijn oostersch gewaad een zonderling figuur maken in onze straten, er is toch iets eerbied wekkends in zijne houding, in zijn grijzen baard, in zijn bruine tint, in zijne vreemde manieren; maar kleedt hem naar den laatsten smaak, noodzaakt hem glacée handschoenen aan te trekken, veroordeelt hem om met neergeslagen halsboorden te verschijnen, en gij geeft hem aan de bespotting van de straatjongens prijs.

1°. De beteekenis van iets waarvoor ieder eene verklaring moet zoeken, waaraan ieder eene uitlegging moet geven, is op zijn best genomen niet zeer groot.

2°. Volgens de modernen „verpligt de doop tot de belijdenis van —" 1) van wat? toch niet van alles wat de willekeur van lederen predikant onzen kinderen, die van deze dingen niets verstaan, gelieft op te leggen , dat zij later belijden en gelooven zullen; welke verpligting is er in zijne woorden gelegen; welk regt heeft hij, hebben de ouders om zoo iets te eischen? — dit is toch zeker niet „protestantsch!" Nog meer: welke waarborgen geeft hii, dat zijne woorden zoolang in het geheugen der getuigen zullen blijven, en eindelijk onveranderd aan het kindeke, nu tot jaren van onderscheid gekomen, medegedeeld worden? De modernen redeneren te logisch om niet spoedig tot de overtuiging kunnen te komen, dat een en ander in strijd is met de „protestantsche vrijheid, met de godsdienst in geest en waarheid."

Is het niet opmerkelijk, dat in de Noord-Braband-

') Scholten, „de Doopsformule, bl. 17."

Sluiten