Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Reeds de onbezielde schepping toont dit. Zie slechts de erve onzer woning aan, en vraag, wat ze van nature was, en, wat ze door der vaderen geestkracht is geworden. Zoo ook, de kracht, die langs metalen draad ons woord, of die andere, die langs het ijzeren spoor ons zelf doet voortsnellen, ze lagen in die schepping reeds van Eden af, maar thans eerst heeft ze 's menschen geest ontdekt, doordacht, geordend. Het gewas groeit uit organische kracht, maar 's menschen hand wederom bereidt het een vruchtbaren bodem, besnoeit het wilde lot, leidt de takken naar den drang der sappen, en kweekt door vindingrijke zaadmenging nieuwe kruidsoorten aan. Het wilde wouddier zwelt en trappelt wel van vol organisch leven, maar eerst door den mensch getemd, door 's menschenhand geleid, door 's menschen kunst in keurrassen veredeld, bereikt die wilde natuurkracht haar doel. Kortom, vergelijk het woeste oord met de bewoonde landstreek, leg de schepping met en zonder mensch naast een, en alles getuigt immers, én van een schepping, die onmiddelijk gewrocht werd, én van een volmaking dier schepping, nu ze de lieer voltooit door den mensch.

Maar natuurlijk, veel sterker nog komt dit uit in de menschenwereld zelve. Een ander is in ons het instinctieve leven, een ander ons leven met bewustheid. AVat instinctief in ons werkt, komt met ijzeren noodzakelijkheid van zelf in en door ons tot stand. Zoo komt het huisgezin, de maatschappij en het staatkundig leven, bij den eersten stap zijner ontwikkeling uitsluitend uit natuurdrang voort. Allerwege vertoont het daarom eenzelfde gedaante, volgt het eenzelfde wet, wortelt het in eenzelfden bodem. Maar dat is slechts de eerste phase, dat het bloot organisch leven, het beeld vertoonend van het kind, — tot eindelijk het bewustzijn opwaakt, de betrekkingen van dat huisgezin naspeurt, die maatschappij doordenkt, dien staat door zijn gedachten regelt, en het organisch leven veredelt door de kracht van het instituut.

Zoo als het in het scheppingsverhaal heet: »Zijn werk, dat God volbracht had, om het te "volmaken" — zóó is het, M. H.! Niet als om een deeling te maken, zeggende: »dit

Sluiten