Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrijgeworden, nieuwe bloesems dragen, — dat is de ontwikkeling, waartoe God zelf ons roept.

Gemeente van Amsterdam! Uwe roeping behoeft daarbij geen aanwijzing. Het gewicht uwer groote gemeente wijst u van zelf uw plicht. Reeds deedt ge veel, reeds was uw worstelen glansrijk. 0, schoone dagen wachten u! Want dies ben ik verzekerd: een gemeente, die reeds een halve eeuw terug haar vrijbeheer zoo manlijk heeft verdedigd, ja meer nog, die aan Da Gosta's voeten eens heeft neergezeten, sluit geen vergelijk en legt, eer het doel bereikt is, haar zwaard niet af.

»Niet vele edelen, niet vele aanzienlijken", misschien geldt ook van u dat koninklijk woord. 0! zoo het dan maar edelen van hart, zoo het maar aanzienlijken in het Godsrijk zijn, dan nog wenkt de hope ons met een lach van blijde vreugde tegen. Wat er onder u, nog uit der vaderen hand, de waarheid Gods ontvangen heeft, het grijpe slechts naar het »Woord." Het. doe dat Woord met macht in eigen hart, met majesteit om den huishaard, met zijn schiftenden invloed in het leven heerschen, men brenge elk slechts een enkelen druppel aan van het water des levens, en o! .... mij dunkt, ik hoor hem reeds nederdruisen, dien onweerstaanbaren bergstroom, die uit zoo kleine druppelen zich op Sions steilten vormen zal.

Men had u den slaapdrank aan de lippen gezet en schier waart ge weggestorven, o, kerk onzer vaderen! maar weer wekte God uw levensgeest, weer klopt u het hart, weêr stroomt ' u het bloed door de aderen, reeds bewoogt ge uw lendenen.... 0 ga voort te ontwaken, sta op van het u onteerend rustbed. Ge hebt het gekroonde hoofd slechts op te beuren, en de oude erve is üw.

Gun mij, gemeente, bij die worsteling met u in het gelid te treden. Niet om doldriftig voort te ijlen op paden, die ons oog nooit mat. Hij mist het doel, die met één slag verwerven wil, wat jarenlange inspanning eischt. Neen, maar om met kalm geduld,

Sluiten