Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verhoogt uwe Paaschvreugde, zal zij weder bekleed worden met eene woning des geestes, waarvan het vroegere aardsche lichaam verschilt als de bouwvallige hut op de heide van het prachtig paleis, dat het sieraad van een land of eene wereld mag heeten. Toen Christus na den dood aan de zijnen verscheen, herkende men Hem, maar alleen nadat de oogen waren verhelderd. Hij was dezelfde, en toch een ander dan vroeger; en Christus is de eersteling, en daarom het beeld van hen, die ontslapen zijn. De dooden zullen opgewekt worden, veranderd en toch dezelfden, gelijk het ijzer, dat het vuur heeft doorgloeid, verschilt van hetgeen het vroeger geweest is.

Maar nu hebben wij het oog wel wat spoedig van Christus af en op de zijnen gericht. Het eeuwige leven in Hem was bestand tegen den dood; maar zal zijne heerlijke opstanding een beeld en pand zijn der onze, dan moet ook zijn leven het onze zijn geworden en de dood, dat wil zeggen de zonde, in ons teniet doen. Paulus heeft eens gezegd: „Ik leef, doch niet meer ik, Christus leeft in mij." Dat is ook de belijdenis van ieder Christen. Om de beteekenis van Paasch-zondag te verstaan, moeten wij eerst die van Goede Vrijdag hebben begrepen. De oude kerk maakte een onderscheid tusschen het Paschen der opstanding en dat der kruisiging; maar deze beiden waren haar éene en dezelfde zaak van twee zijden bezien.

Sommige menschen zeggen: „Het eeuwige leven is in Christus te zien; het is niet het leven van de natuur, dat in planten en dieren verschijnt; het is ook niet in zondige menschen, Hij is het. Indien iemand nu leeft evenals Christus, dan wordt hij Hem steeds meer en meer, al is het ook nimmer volkomen, gelijk." Wij antwoorden: Om het eeuwige leven te kunnen leiden moeten wij het eerst bezitten.

Onderstel dat ik een kind, dat op school bezig is om schrappen en hanepooten te leeren schrijven, eene schoone plaat voorleg en hem zeg: Teeken dit na! Hier hebt gij een sierlijk model. Het zou mij

Sluiten