Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

armoede. Maar dit alles leidde mij niet tot God, moeder, het verhardde mij slechts.

„Wij hadden eene massa passagiers in de Zeemeeuw, en alles in alles genomen geleek het schip wel op iets tusschen een hospitaal en eene gevangenis in. Er was een dominé aan boord, mijnheer Maltraven, die, naar men vertelde, een zendeling was. Hij ging ook naar de Goudrivier. Nimmer heb ik iemand gezien, die voor zijn meester werkte, zooals hij dit, deed. Hij kreeg het van den kapitein gedaan , dat er iederen dag eene predikatie zou gehouden worden, en of hij ziek was of gezond, mijnheer Maltraven was altijd gereed. Als hijzelf bijna niet staan kon ging hij onder het scheepsvolk, alsof hij een vader was. Hij had medicijnen voor de zieken, hulp voor de armen en vriendelijke woorden voor ieder.

„Ware ik niet slechter dan een hond geweest, ik had hem bemind, maar hoemeer hij mij tot God wilde brengen, hoe erger ik werd. Ik was bang voor het gebed, ik haatte den godsdienst, en daarom kon ik den man ook niet lijden, die mij goed trachtte te doen. Mijn geweten was dood als een steen, en wanneer Thomas en anderen spotten met den godsdienst, dan was ik numero een.

„Nu moet gij weten, dat wij in hangmatten sliepen, en dat het een van onze meest alledaagsche grappen was om de touwen van zulk eene mat half door te snijden, zoodat de eigenaar soms midden in den slaap plotseling op den vloer terecht kwam.

„Op zekeren dag kwamen wij, mijn goddelooze makker en ik, op de gedachte om dominé ook eens zulk eene poets te spelen. Na over en weder praten werd het aan mij opgedragen om het touw, waarmede zijne mat gelijk als de onze aan den zolder van zijne kajuit was opgehangen, door te snijden. Zoo gezegd zoo gedaan.

,, s Avonds zagen wij hem naar zijn verblijf gaan, hoorden hem bidden (toen eerst kwam het in mij op, dat ik iets laags gedaan had) en

Sluiten