Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maurits meê opging, schrijft: „Zoo wierd de Scheurkerk Prinsenkerk"!

In het opkomen tegen de vermenging van ijzer en leem zag de toenmalige leider van den kerkeraad „revolutie", „omverwerping" van de gevestigde orde, „verbreking van het verband." Ze hielden de gereformeerden voor drijvers van een ongoddelijk werk. Vandaar, dat de toenmalige kerkeraad, ernstiglijk over dit kleinzielig besluit ter verantwoording geroepen, de reden van zijn weigering inkleedde in woorden, die het nu nog loont aan te hooren: „Hoewel van de goede intentie deser lieden, zoo beweerde de kerkeraad, verzekert, konden sy (onder verbetering) hun propositie toch niet bekwaem vinden. Reeds niet om den titel van „gereformeerden , dien ze zich aanmatigden. Dit was iniurieus en arrogant; want hiermede maten ze zichzelven alleen toe, wat anderen minstens mede toecomt, tenzy ze alle anderen hielden voor geene of verrotte leden. En wie zijn zy, dat ze dit oordeel zoo vermetelicken velden" ? „Vorder hun versoeck was ongoddelijk, onordentlijck ende onbillick, want het strekte tot scheuringhe van de ghemeinte Gods, 'twelck is een groote sonde en een werck des vleesches." Weshalve de kerkenraet „tot quytinghe harer conscientie, segghen moet, dat sy het versoeck niet en kan goetvinden noch liarenthalven inwillighen', „omdat het ware openbare scheuringhe te bevorderen, die Godt immers verclaert eene so sware sonde te zijn, en daertegen Hij ons den vrede soo diere recommandeert." „Ja, het is met geen pennen te schrijven, zoo besloot in zijn angst voor breuke de toenmalige kerkeraad, met geen pennen te beschrijven, veel weynigher met corte woorden uyt te drucken, wat al quaadts uit dezen geest van scheuringe, spruytende uit de onderlinge anathematisatiën en de partijdeelinge der Christenen, voor de kercke Gods gebrouwen is".

Tot dusver, M. H., gaat de historische herinnering. En zal ik nu, na deze episode uit 1617 u de episode geven uit diezelfde Haagsche kerkelijke wereld in 1885? Maar immers dit zou op hetzelfde verhaal nog eens neerkomen, tot de publieke aanbieding van een predikbeurt incluis. En daarom liever dan u door deze „overtolligheid in het onverkwikkelijke" te vermoeien, constateer ik kortaf, dat én toen én nu door den Haagschen kerkeraad, de gelegenheid om

Sluiten