Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toen de Cherub liet scheidend zwaard deed flikkeren. Toch vermengt het Kaïnitisch kroost zich weer met de kinderen Gods, en resultaat is schriklijke uitbreking van het bederf; tot God de Heere in den zondvloed zijn breuke over heel de wereld slaat* alle continuteit afbreekt; niet stil doorgroeien, noch uitzieken laat, maar iets nieuws maakt; en de scheiding tusschen Noach en het toen levend geslacht vreeslijk doortrekt, een scheur, een schisma, door heel het menschelijk geslacht in den stervensangst van God weet hoeveel duizend zielen! En voort en voort gaat die scheiding; in Noachs gezin tusschen Sem en Cham; bij Babels torenbouw over alle volken; in Sems geslacht door Abrahams uitbreking uit zijns vaders huis; in Abrahams eigen familie door de breuke tusschen Lot en hem, tusschen Izaak en Ismaël, tusschen Ezau en Jacob; tot lange dagen na Jacobs dood zijn geslacht zich in Egypte nogmaals dreigt te vermengen. Maar ook die vermenging stuit de Heere en scheidt ze af en rukt ze uit door breuke, en zet ze in Kanaün. En nu eerst wordt de scheiding, scheiding óók door breuke, eerst recht levensbeginsel, doordien God de Heere ze nu inbrengt in dit ontzaglijk gebod: „Vermengt u niet met die volken, maar roeit ze uit, en in den boezem van uw eigen volk splits toch en maak scheiding en ga de valsche vermenging tekeer, want Ik de Heere ben hel die scheiding maak tusschen hel heilige en onheilige— gelijk tot zeven malen toe (Ex. 26: 33; Lev. 10:10; 11:47; 20:15; Ezechiël 22:26; 42: 20 en 44:23), aan Israël wordt ingeprent. Zelfs mocht geen Levitisch onreine zich niet het heilige vermengen. Ja, tweeërlei zaad op één akker, en tot zelfs tweeërlei draad aan een zelfde kleed, zou in Israël den Heere een gruwel zijn!

Hoe dan ook door menschelijk zaad het ijzer en het leem altoos weer kleven wilde, het zou toch niet hechten, en Pinehas en Gideon, Jesses' zoon en Elia ze scheuren telkens weer het valsch gehechte kleed vanéén. Jesaia roept op „tot de Wet en het Getuigenis alle ziel, die door vermenging omkomen zou. Ezra drijft uit wat zich uit de volkeren der landen toch weer met het heilig zaad vermengd had. Als Jeruzalem op Golgotha de breuke aan Jezus slaat, slaat God de breuke in Jeruzalem; scheurt het voorhangsel in den tempel; en laat letterlijk geen steen van der vaderen stad op den ander. En als straks ook in de kerk des Nieuwen Yerbonds de valsche vermenging insluipt, heet het: „Zoo iemand ons woord niet ontvangt, teekent

Sluiten