Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat alles nieuw tintend, dat desnoods voor geen breuke terugdeinzend heroïsme. En of men dan in ordelievende en eenlieidlievende kringen deze verkorenen van ons geslacht al voor muitziek en revolutionair schold, dit kon daarom noch uw liefde doen verkoelen, noch uw bewondering temperen, noch het vuur van uw geestdrift blusschen, omdat men dat „Verleider der schare" immers ook den Zone Gods had nageroepen, en had nagehouden aan zijn discipelenkring. En zoo is dan ook het getuigenis der Consciëntie én eenparig én beslissend met ons en tegen hen die elke breuke verfoeien. Want doet wat ge wilt, ja, laat het vuur van een Brugman uw lippen bezielen, maar nooit, nooit brengt ge er op Hollands erf het nageslacht der Geuzen toe, dat ze ooit het standbeeld van den Zwijger op het Plein omver zouden halen, om er in smetteloos marmer het beeld van een Filips te doen verrijzen, den toenmaals, immers, o, zoo onberispelijken pleitbezorger der ook thans weer zoo hooggeloofde orde en eenheid

in Kerk en School en Staat.

En zoo mag ik dan, M. H., op dit eerste punt althans mijn pleit voldongen rekenen. Op de Conditiën zullen we zoo dadelijk komen, maar voor wat het beginsel aangaat, is het dan nu, dunkt mij, uitgemaakt, dat een gebed voor onze Universiteit, omdat ze, zelve breuke in de wetenschap vertegenwoordigend, misschien ook tot breuke op kerkelijk erf kon leiden, zonder meer ongoddelijk, en óns deswege „mannen der revolutie" te noemen, een oordeel dat noch voor het getuigenis van Gods Woord, noch voor de rechtbank der Historie, noch eindelijk voor de inspraak der Consciëntie kan bestaan.

Maar nu dan de Conditiën, M. H.! Want dit spreekt toch wel vanzelf, lang niet elke scheiding en veel min elke breuke heeft onzen lof. Eer integendeel noch scheiding noch breuke mag ooit, dan waar ze vrucht is van onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan den Koning aller koningen, die Heer ook aller heeren is.

Zien we dan, hoe dit ééne machtige beding in de veelvormigheid des levens te staan komt.

En dan moet Huisgezin en Staat aanstonds scherp afgescheiden van de School en van de Kerk. Want wel is in alle deze God de Heere eenig Souverein en opperste Gebieder; maar dit gezag werkt

Sluiten