Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ziet ze geen kans om met geweld, en desnoods wadende door een stroom van menschenbloed, aan die naar Gods wil gevestigde orde van zaken een einde te maken, of ze tast ijlings toe, keert de fundamenten om, dwingt het rad des levens, om averechts te loopen, en stelt er alsdan een naar heur wil gevestigde orde van zaken voor in de plaats. Maar is haar dat eenmaal gelukt, en regeeren alsnu de door haar aangestelde machten, o, dan oefent diezelfde Revolutie veel schriklijker tyrannie uit dan ooit de slechtste despoten. Staatsalmacht wordt dan haar levensbeginsel, het algemeen belang haar leidend motief, en wel verre van de vrije uiting der geesten te dulden, houdt ze dan met geweld den noodkreet van het hart en den eisch der consciëntie ten onder. Zij mocht zich wel tegen God verzetten, maar verzet legen haar geldt voor schennisse van majesteit. En al het bedrijf der Revolutie, komt én in het menschenhart én in de maatschappij én in staat en kerk, altoos hierop neêr, niet dat een mensch vrij worde, maar dat de absolute macht die anders door God in de consciëntie op u wierd uitgeoefend, nu, nadat men God onttroond heeft, over u geoefend worde door een gewelddadigen mensch. Met de vrijmaking van den geest, die het Protestantisme juist in vrijwillige onderwerping aan God zoekt, heeft de Revolutie dus niets te maken. Ze verplaatst slechts het machtpunt, van God naar een heerschzieken mensch toe, en pleegt voorts absoluut Despotisme.

Schier even sterk poogt de invloed van het Roomsehe beginsel zich te doen gelden. Ik bedoel nu niet in Romes eigen kringen; die moge ik ditmaal rusten laten; neen, maar in diezelfde gereformeerde kerken, die onder Godes gehengen hier te lande eens zoo wonderbaar zuiver in het bloed der martelaren zijn gesticht. Zie maar, hoe weêr evenals in Romes dagen menschelijke reglementen en ordonnantiën zich verheffen tegen het Woord van God. Merk slechts op, hoe een overdreven Piëtisme weêr de werkheiligheid in eere brengt; een zichzelf misleidend Perfectionisme aan „moderne heiligen" nieuwen kans biedt; en een afgedoold Mysticisme weêr verleidt tot ziekelijk dwepen. Maar bovenal, let op het hoofdgeschil, dat in de dagen der Reformatie tusschen de Calvinisten en Romanisten is uitgestreden. Want wat was dit? Wat anders, M. H., dan juist de nu weêr opgedoken vraag, of de Organisatie voor de Belijdenis, dan wel de Belijdenis voor de Organisatie der kerken zou wijken. In Romes be-

Sluiten