Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontzaglijk' diep in, en wie, wie zijn wij. dat we haar redden zouden! Neen, Broeders en Zusters, niet van ons en van niemand onzer, maar alleen van den Heere Sebaoth kan de verbreking dezer valsche vermenging komen. Niet onze zwakke hand, maar alleen zijn „arm die met macht bekleed is" rukt eens in de ure, van Hem daartoe verordend, het ijzer weer los van het leem.

o, Laat ons dan toch niet liooge roemen, maar uit de diepe roering der ziele voor onze School bidden. Want waarlijk, Mannenbroeders, ze is nog zoo in bangen strijd gewikkeld. Elk oogenblik zou ze nog bezwijken kunnen. Men legt het nog toe op haar dood.

Grebeden, gesmeekt, aangeroepen dan den God van ons vertrouwen; maar eer ik u in die smeekinge voorga, roept zei ven in uw lied naar den Hooge, en heft aan uit Psalm 74 de verzen 18 tot 22.

Geef 't wild gediert', dat niets in 't woên ontziet,

De ziele van uw tortelduif niet over;

Laat, groote God, om een' gehaten roover,

Uw kwijnend volk niet eeuwig in 't verdriet.

Beschouw, herdenk uw vastgestaafd verbond;

Laat dat uw hart tot ons in liefde ontvonken:

Het land is vol van duistre moordspelonken,

Van waar 't geweld ons grieft met wond op wond.

Dat elk verdrukte uw' bijstand eens erlang';

Laat, laat uw volk niet schaamrood wederkeeren ;

Maar wil van hen ellende en nooddruft weren,

Opdat ze uw' naam verheffen in gezang.

Rijs op, o God ! rijs op, toon uw gezag;

Betwist uw zaak, wees onze pleitbeslechter:

't Is meer dan tijd, gedenk, o hoogste Rechter!

Wat smaad de dwaas II aandoet dag op dag.

Vergeet niet Heer! dien onverdraagbren hoon,

Dat luid geroep van al uw weêrpartijders;

Het woest getier van uwe machtbestrijders Stijgt telkens op tot voor uw' hemeltroon.

Sluiten