Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen de Apostel Paulus zijn' Brief aan de Romeinen schreef, gebruikte hij vijf woorden welke de wijssten onder de Heidenen niet konden bezigen. Socrates, 1 lato, Aristoteles, Cicero en Seneca waren wijze mannen. In vele dingen hadden zij een helderder inzien dan de meeste lieden, zelfs van den tegenwoordigen tijd. Het waren magtige geesten en verhevene verstanden, doch niet één hunner kon, gelijk Paulus, zeggen: Ik heb vrede met God.

En toen Paulus deze taal bezigde, sprak hij niet enkel voor zich zeiven, maar voor al de ware Christenen. Ongetwijfeld waren dezen duidelijker van hun voorregt bewust dan genen. Allen gevoelden een kwaad beginsel in zich, dat dagelijks strijd voerde tegen hun geestelijk welzijn; allen ondervonden dat de duivel, hun wederpartijder , hunner zielen onophoudelijk den oorlog aandeed; allen hadden de vijandschap der wereld te verdragen; maar, niettegenstaande dit alles, allen van den grootsten tot den geringste, hadden vrede met God.

Deze vrede met God is een kalm en duidelijk bewustzijn, van vriendschap met

Sluiten